Dit is geen wielrennen meer. Dit is overleven

De hele koers lang heb ik gisteren aan Max Verstappen gedacht. En dat ik op de terugweg in de auto, van Wevelgem naar Zwolle, een column over hem zou willen schrijven. Over die uitzonderlijke tiener, die dagenlang stikhete zweettrainingen heeft gedaan om te kunnen vlammen op het circuit van Sepang in Maleisië. En dat ook deed, om als jongste Formule 1-coureur ooit punten te pakken voor het WK.

Nu zit ik in de auto en kan ik alleen maar denken aan de absurde koers die we achter de rug hebben. De koers van de vliegende fietsen, oftewel Gent-Wevelgem editie 2015. Ruim drie uur lang ben ik uit alle macht bezig geweest mijn wielen op het asfalt houden.

CBXkk44WYAEfWe7.jpg_large

Regen striemt in mijn gezicht en bruine drek, gekatapulteerd door de wielen voor me. Een bril is niet te dragen op Vlaamse strontweggetjes als het weer zich van zijn slechtste kant laat zien, omdat je dan binnen no time enkel nog tegen poepspetters aankijkt. Ik moet mijn ogen tot spleetjes knijpen om nog wat te kunnen ontwaren en concentreer me op mijn voorwiel, dat zich liever horizontaal dan verticaal wil voortbewegen.

Als ik mocht kiezen, zou ik op dit moment liever met een winterjas aan in een stoombad zitten, zoals De Stentor dit weekend kopte boven een verhaal over Max Verstappen. Gefascineerd begon ik het verhaal over zijn trainingen op tropisch Langkawi te lezen. Zou hij met die winterjas in dat stoombad hebben gezeten om te wennen aan de snikhitte? Of zou een race op een circuit als Sepang gewoon zo aanvoelen?

Ik schrik op uit mijn onwillekeurige overpeinzing als ik aan de voet van de Monteberg weer een gigantische stoot wind in mijn zij krijg. Mijn fiets…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 30 maart 2015
Foto: Klaas Jan van der Weij

Tags:

Degenkolb en de pijn van het verleden

10007042_1025209180841551_5845525812310010872_nDe wraak van John Degenkolb. Ik zat erop te wachten, al weken. Al maanden. Eigenlijk al een jaar. De zoete wraak.

Het is 23 maart 2014, tegen vijven. De finale van Milaan-Sanremo. De regen daalt al de hele dag neer op de kust van Ligurië. Het is koud, donker. Maarten Tjallingii is net teruggepakt, zijn monsteraanval, ingezet na de beginkilometers van de koers, blijkt nu ook niet de slotkilometers te omvatten. Dertien seconden na koploper Vincenzo Nibali draait het peloton van de Via Aurelia af en bereikt het de flanken van de Poggio.

Hij zit perfect gepositioneerd, de Duitser John Degenkolb. Hij weet dat hij goed is. Beresterk. Misschien wel in de vorm van zijn leven. Hij weet dat hij dit kan, deze kleine vier kilometer die je op het buitenblad op kunt blazen. Met de laatste bochten tot de finish al in zijn hoofd voelt hij plotseling zijn voorwiel driften. Heen en weer. Zo stel ik het me voor. De gladheid, schiet door zijn hoofd, en tegelijk: lek?! Hij durft niet te kijken, kijkt en ziet zijn voorband leeggelopen onder zijn velg rollen.

Vloeken, tieren, huilen. De machteloosheid, de oneerlijkheid. Zo dicht bij de meet, na zeven uur fietsen door de natte kledder, met nog zulke goede benen, in zo’n goede positie. Waarom hij, waarom op dit moment? Niemand kan er antwoord op geven. Iedereen zegt: dit is koers. Dit hoort erbij. Gekmakend moet het zijn geweest. Slapeloze nachten, wakker schrikken, badend in het zweet van de wat-als dromen.

En dat voor zo’n zorgeloze jongen. Heel wat kopjes koffie dronk ik vorig jaar met John, tijdens onze trainingskampen van Giant-Shimano.

‘Dege’, de vrolijke Duitser die het leven met zoveel aanstekelijk enthousiasme omarmt dat je in zijn nabijheid je zorgen direct vergeet.

Zoals hij het leven omarmt, zo omarmt hij ook elke training. Vol overgave. Passie. Iedere dag is een dag vol mogelijkheden om keihard te trainen, sterker te worden, dichter bij die overwinning in Milaan-Sanremo te komen. Want na de mislukking van vorig jaar…

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 23 maart 2015
Foto: instagram/John Degenkolb

Tags:

I steer and manoeuvre, and… BANG!

IMG_6294If I replay a race in my head, I only see little bits and pieces. Tens of kilometres vanish from my memory as soon as the race is over. Some moments stick; they are on repeat in my mind, delayed, detailed, clear as glass.

On Saturday I raced the Ronde van Drenthe, a World Cup for women. It’s one of the biggest races for us. A race that’s broadcast on television for hours, every year. TV Drenthe loves to show how the best female cyclists in the world ride the ugly VAM-berg and the horribly beautiful cobbled tracks through the forests.

I am nervous. Not just because this is a hectic race at the highest level, but also because this is the only race which passes the little village where I grew up. Today the spotlights are on me, since I’m ‘the pride of the region’. Today I want a knife between my teeth and luck on my side. Today I want to be extra strong.

Clinkers underneath my wheels. Oosterhesselen. The white church sticks out against the leaden sky over the Hondsrug. Clapping and cheering from the corners – and then we ride towards Sleen. I move to the front of the bunch. On the left, the farm of the Heeling family, from the church I used to go to. I recognise Karin in the barnyard, I almost ride over her toes, a ‘moi!’ escapes my lips and her surprised yell fades away in the ratcheting peloton.

The town shield of Sleen and I am at the front. To my left: the Slener Bazar, where I used to buy marbles and where I begged my mum for a loloball while she was looking for hoover bags and – hey! The shop owner Lammers at the right! I greet him with one finger. Moi. I don’t care what the other think of me.

A big crowd on the corner. My dad’s face, a grey crown of wild hair around his head and his mouth wide open. My mum’s voice, she yells my name. We rush past the old police station, where my little brother reported his missing slippers when he was four years old. On the way home from school his slippers all of a sudden disappeared into the absolutely fascinating world around him. My mum had told him not to come home without them – because boy, this surely wasn’t the first time – and he could only think of one solution.

We charge towards the first cobbled section. Swaying, braking with shrieking tires, pushing, yelling, faster and faster, fighting to get to the front, just avoiding terrible crashes, sprinting until the corner on the right and there we jounce and jolt. The cobbles are deafening. Horses in the meadow next to us freak out. The world shakes and trembles untill we’re back on smooth asphalt again. All of a sudden I hear the helicopter above our heads.

Do I see Marijn de Vries? Yes, it’s Marijn de Vries, she’s taking off her jacket, says commentator Hebert Dijkstra on tv while I feel the hot breath of the cameraman on my neck. She’s right to do so, says Herbert, because the final is about to start. I am happy the cameramoto disappears and I am even happier I’m still here, between the big names, with legs that feel amazingly good.

I move to the front because the VAM-berg might be a rubbish hill, it is a filthy steep bastard as well, so on that climb the race is going to explode for sure. I steer and manoeuvre, I’m almost at the front and… BANG! I bounce on my knee and crash on the road. My foot is stuck. Foot! It lasts ages before I manage to free that damn foot. As I get back on my bike, my brake rubs. I try to release it while riding as I see the big names disappear in the distance.

Published in newspaper Trouw, 16th of March 2015
Photo: screenshot RTV Drenthe

Sturen, manoeuvreren en… BAM!

IMG_6294Als ik de film van een koers die ik reed in mijn hoofd terugspeel, zie ik flarden. Tientallen kilometers zijn nog geen uur na de wedstrijd uit mijn geheugen verdwenen. De paar momenten die me bijblijven, zie ik in vertraging, herhaald en herhaald. Tot in elk detail, helder als glas.

Zaterdag reed ik de Ronde van Drenthe, een wereldbekerwedstrijd voor vrouwen. Een van de grootste koersen die we kennen. Een van de koersen die ieder jaar urenlang op tv is. TV Drenthe laat graag zien hoe de beste wielrensters ter wereld over de lelijke VAM-berg en de gruwelijk prachtige keienstroken door de bossen fietsen.

Ik ben zenuwachtig. Niet alleen omdat het een hectische wedstrijd op het hoogste niveau is, maar ook omdat dit de enige koers is die door het dorp komt waar ik groot werd. Vandaag sta ik als ‘provinciale trots’ extra in de belangstelling. Daarom wil ik vandaag een mes tussen mijn tanden en het geluk aan mijn zijde. Vandaag wil ik extra goed zijn.

Klinkers onder mijn wielen. Oosterhesselen. De witte kerk steekt fel af tegen de loodgrijze lucht boven de Hondsrug. Geklap en gejoel in de bochten – en dan rijden we naar Sleen. Ik schuif op naar voren. Links de boerderij van de familie Heeling van de kerk van vroeger. Ik herken Karin op het erf, rij bijna over haar tenen, een ‘moi!’ ontsnapt aan mijn lippen en ik hoor een verraste kreet terug.

Het bordje Sleen en ik rij vooraan. Links de Slener Bazar, waar ik knikkers kocht en zeurde om een lolobal terwijl mijn moeder…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 16 maart 2015
Foto: screenshot TV Drenthe

Tags:

Elke atleet heeft een droom, ook Jimmy Thoronka

media_xl_2829183Fantastisch zeg, al die medailles van de Nederlandse atleten op het EK indooratletiek. Genietend zat ik dit weekend voor de tv. Maar telkens als ik een sprintnummer zag, dwaalden mijn gedachten af naar een kort bericht dat ik zaterdag in deze krant las.

‘Vermiste sprinter leidt zwerversbestaan’. In een paar zinnen vertelt het stukje hoe een sprinter uit Sierre Leone na de Commonwealth Games in Glasgow verdween. Vorige week werd hij na zeven maanden teruggevonden in Londen. En gearresteerd.

Hij had na de Games niet meer naar huis gedurfd vanwege de ebola-epidemie die in alle hevigheid in zijn thuisland woedde, vertelde hij agenten. En toen zijn tas werd gestolen met daarin zijn geld en paspoort, was hij gaan zwerven in Londen. Hij had niet naar de politie gedurfd, bang als hij was om in de cel gegooid te worden. Nu sliep hij in parken en nachtbussen.

Meer vertelt het stukje niet. Ondanks mezelf schieten de woorden ‘slap verhaal’ en ‘gelukszoeker’ door mijn hoofd. Er zijn per slot van rekening zelfs hele voetbalteams uit Afrikaanse landen spoorloos verdwenen na internationale toernooien.

Geschrokken van mijn eigen cynisme, google ik ‘Jimmy Thoronka’. Ik vind artikelen van The Guardian en zelfs een onlangs opgenomen filmpje. Een grote, pikzwarte jongen van 20 jaar vertelt zijn verhaal. Over hoe hij op vijfjarige leeftijd zijn ouders verliest in de burgeroorlog in Sierra Leone. Hij komt in een opvangkamp voor oorlogswezen terecht, maar…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 9 maart 2015
Foto: Still van Jimmy Thoronka uit het filmpje van The Guardian

Tags: