Het waait hard en het is bloedheet. Het plan voor vandaag, de laatste etappe van Gracia Orlova waarin we zeven rondes van zeventien kilometer rijden, is als volgt: Sharon staat derde in het algemeen klassement en we willen haar daar graag houden.
Dat betekent nog een dag superscherp koersen, want de nummer vier staat op zeven seconden en de nummer vijf op dertien seconden achterstand. Extra complicerende factor: er zijn in twee tussensprints en op de finishlijn bonificatieseconden te verdienen. De nummers vier en vijf gaan zeker proberen die secondes te pakken, want dan zouden ze Sharon op de laatste nip nog voorbij gaan in het algemeen klassement.
Wij kunnen natuurlijk zelf gaan sprinten voor die bonificatieseconden, maar we kunnen ook kiezen voor de veilige en bovenal minder hectische weg: zorgen dat er een kopgroepje ontstaat met daarin een van ons en verder vrouwen die niet meer meedoen voor het algemeen klassement. Dat kopgroepje kaapt alle boni’s weg en de AA’tjes in het peloton hoeven enkel Sharon ongeschonden naar de finish te helpen.
De vrouw in de kopgroep heeft als allerbelangrijkste taak: haar gat eraf rijden, want de groep moet hoe dan ook wegblijven. Als de vluchters vlak voor de finish teruggepakt wordt, zitten we immers alsnog met de ellende van de bonificatieseconden op de meet.
Sharon heeft de rugnummers van de twee vrouwen die haar klassement nog om zeep kunnen helpen op haar arm geschreven, hoewel ze die nummers inmiddels dromen kan, maar je weet nooit. Voor de zekerheid. In het geval van een black-out. Wij bereiden ons intussen voor op een harde start van de koers, want we zijn vandaag vast niet de enigen die belang hebben bij een kopgroep. Iedereen ruikt kansen, het algemeen klassement ligt in de plooi en veel renster op forse achterstand kunnen alleen nog voor succes in deze etappe gaan.
Een kopgroep opzetten is in het geheel niet zo vanzelfsprekend als het op televisie lijkt. Het is echt niet zo dat we strootjes trekken of ienemienemutten om te beslissen wie er vantussen mogen gaan vandaag. Geenszins zelfs. Jullie zetten de tv pas aan als zo’n vlucht al uren een feit is, maar wat daaraan vooraf gaat is een slagregen aan demarrages, tot uiteindelijk een klein groepje wordt ‘vrijgelaten’ door het moe gestreden peloton.
De koers trekt zich dus verschroeiend hard in gang. Ik voel me verschrikkelijk slecht. Mijn maag protesteert, keert zich om, schreeuwt om stoppen met deze ellende. Maar stoppen, dat zit er vandaag echt niet in. Dus jammer maag, we gaan gewoon door. What doesn’t kill you makes you stronger, grom ik tussen mijn opeen geklemde kaken door. Na twee rondes rijdt er een grote groep weg. Te groot. De Lululemons zijn het er niet mee eens en zetten de achtervolging in, kop over kop. We komen dichterbij.
Als die groep teruggepakt wordt, zeg ik tegen mezelf, dan gaat het gebeuren. Dan rijdt de slag van de dag weg. Ik weet het zeker. We komen nog dichterbij. Mijn hele lichaam lijkt zich samen te trekken rond mijn maag als ik door de wind naar voren rijd. We gaan een bocht om, de wind blaast nu vol in onze zij, en we zijn bij de weggereden groep.
Dit is het moment. Ik heb nog vaart, zie niemand demarreren en ga dus zelf, buiten het peloton om, op het kantje zodat er niet teveel vrouwen in mijn wiel kunnen kruipen, hard, hard, harder. Ik kijk om. Drie, vier rensters volgen in mijn slipstream. Daarachter zie ik een gaatje. Ik rij door, trek door, vlieg de volgende bocht door en kijk weer om. Het gat is groter. Come on, help! roep ik tegen de meiden in mijn wiel. Ze aarzelen. This is the break! roep ik. Ik trek nog een klein eindje verder door en dan begint ons groepje aarzelend te draaien.
Een Oekraïense, een Australische, een Cipollini, een Lululemon en ik. We rijden de eerste kilometers heel hard. Of nou ja, vooral ik rij heel hard. Als het gat eenmaal geslagen is, neem ik wat gas terug en ontstaat er een evenwicht in de groep. De Australische, de Lululemon en ik wisselen elkaar snel af op kop, de Cipollini hangt alleen maar de lapzwansen in het laatste wiel en de Oekraïense heeft een brommer gegeten bij het ontbijt, blijkt nu.
Ik bedoel, met een voorsprong van twee minuten hoef ik niet per se continu met vijftig kilometer per uur over de Tsjechische wegen te denderen. De Oekraïense blijkbaar wel. Van mij mag ze. Hard hijgend kijkt ze iedere keer achterom waar ik blijf voor mijn aflossing, maar ik kom natuurlijk pas als zij stilvalt. Ik ben niet gek. We hebben nog vijftig kilometer te gaan en het is wel duidelijk: het peloton vindt het oké, wij blijven weg. Ons plan om Sharon op het podium te houden, is geslaagd.
Ik probeer de vorm van mijn medevluchters te peilen. De Oekraïense zit met haar krachten te smijten alsof ze er bergen van heeft. Het zal mij benieuwen, maar aan haar gehijg te horen zit ze zichzelf enorm op te blazen. Dom. Van waaier rijden begrijpt ze ook niet veel, want iedere keer weer moeten we haar toeschreeuwen dat ze aan de ándere kant van de weg moet gaan rijden.
De Australische en de Lululemon zijn moeilijker in te schatten. En wat betreft de Cipollini: die zit óf in het laatste wiel te wachten tot ze in de laatste kilometers een verschroeiende demarrage gaat plaatsen (leer mij die Cipollini’s kennen), óf ze is zo moe dat ze niks anders kan dan volgen. Scherpte is hoe dan ook geboden, straks, als we echt richting finish gaan.
Maar voorlopig draaien we rond en rond, kilometer na kilometer. Hoe opwindend het ook klinkt om in de kopgroep te zitten, het is eigenlijk hartstikke saai. Nog drie rondes. Liedjes in mijn hoofd doden de tijd. What doesn’t kill you makes you stonger… Nog twee rondes. De smalle hobbelweggetjes waar we storm tegen hebben zijn het irritantst.
Nog een ronde te gaan. Nu gaat het gebeuren. De maag die me in het begin van de koers nog zo in de weg zat, vult zich nu met kriebels. Ploegleider Bram komt naast me rijden. Niet te vroeg aangaan op de finishklim, roept hij me toe, want dan val je stil! Op de voorlaatste klim voel in dat mijn benen nog best oké zijn.
Nog vier kilometer te gaan. Nog drie. Daar gaat de Cipo! Zie je wel! Power zit er niet bepaald achter. De Lululemon springt achter haar aan, ik blijf in het wiel van de Oekraïense brommer, want die zal het gat zeker dichtrijden. En dat doet ze. Voorlaatste bocht. Ik blijf bij mijn gangmaker, in het tweede wiel, want ik weet zeker dat zij van onderaan de slotklim aangaat en dan zeer hoogstwaarschijnlijk stilvalt. De Australische en de Lululemon zijn explosiever in de sprint dan ik. Dus ik zal van ver, vanuit het wiel van de Oekraïense, moeten gaan en hopen dat ze er niet meer overheen komen.
Laatste bocht. De Oekraïense rijdt op volle kracht omhoog en valt op tweehonderd meter voor de finish stil. Ik schakel op en kom uit haar wiel. Shit, dat verzet is te groot voor een echte explosie. Ik rij weg, zie in de schaduwen op het asfalt dat ze in mijn wiel zitten en geef alles wat ik heb. Op twintig meter voor de meet sprinten ze langs me, de Lululemon en de Australische, maar ik blijf vol gaan, want ik wil absoluut als derde finishen. Dat lukt.

Ik denk Wow! en KUT! tegelijk: als ik beter geschakeld had was ik met een explosievere jump misschien wel losgeraakt van de anderen, had ik wie weet wel gewonnen, maar o wauw o wauw wat gaaf, mijn eerste podiumplaats in een internationale koers en kijk, daar wint Sharon ook nog de sprint van het peloton!
Ik ben niet dood, ik ben sterker. En een ervaring rijker. Een heel leerzame ervaring, voor als ik nog eens mag sprinten voor een podiumplek. What doesn’t kill you makes you smarter.
Klik hier voor de uitslag van de vierde etappe en het algemeen klassement van Gracia Orlova.
Foto: Karvinsky Denik