Sinds Anna een ironman is, is alles makkelijk

10461630_10152115535442142_6489943080907839476_nLang blond haar heeft ze, en een mooi gezicht. Haar nagels zijn altijd netjes gelakt, je ziet haar nooit zonder make-up en haar favoriete schoenen zijn pumps. In haar Ryanair-pakje is ze het klassieke beeld van een stewardess. Een vrolijke stewardess, want ze lacht altijd. En ze houdt geen seconde haar mond. Dat is mijn Finse vriendin Anna ten voeten uit.

Aan haar moest ik denken toen ik gisteren las dat de Australische Mirinda Carfrae het wereldkampioenschap triatlon, de ironman van Hawaii, won. Carfrae zwom 3,8 kilometer, fietste 180 kilometer en rende ruim 42 kilometer in negen uur en vijfenvijftig seconden.

Ik kan bijna niet onder woorden brengen hoe buitenaards ik die prestatie vind. Ik ben zelf atleet, maar ik kan me niet voorstellen dat ik mijn lichaam negen uur lang tot het uiterste zou drijven. Dat ik naast fietsen, mijn sport, ook nog een uur zou zwemmen, laat staan een marathon lopen.

Mijn vriendin Anna kan zich dat wel voorstellen. Sterker: ze deed mee aan een ironman. Deze zomer, in Nice. Zij, de blonde kletskous die er in de verste verte niet uitziet als een atleet. Toen ze me vertelde wat ze van plan was, was ik sprakeloos. Ik had wel eens met haar gefietst en wist daardoor dat ze, nou ja, niet echt hard fietsen kan. Ze heeft er de aanleg noch het lijf voor. Maar Anna vond dat ze er klaar voor was, na een keer een kwart en een halve triatlon gedaan te hebben.

Ik bleek niet de enige met twijfels, want toen Anna…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 13 oktober 2014
Foto: Facebook

Tags:

Ga vroeg, verras de rest, zie alleen de streep

foto(287)“Als je geen sprinter bent, ga dan vroeg. Neem zelf het initiatief, verras de concurrentie. Als je gaat, blijf dan naar de streep kijken. Laat je niet afleiden door de renners naast of achter je. De streep. Dat is je doel. Focus je daarop.”

De woorden echoën in mijn hoofd op het moment dat Daniel Martin in de laatste kilometer van de Ronde van Lombardije een late demarrage plaatst, of heel vroeg aan zijn sprint begint – het is maar hoe je het bekijkt.

Het zijn de woorden van Neil Martin, de vader van Dan. Tijdens onze uren op de fiets, afgelopen winter, heeft Neil me veel geleerd over wielrennen. Over koerstactiek. En over hoe je als niet-sprinter een wedstrijd kunt winnen. Dezelfde lessen als hij zijn zoon Dan ooit gaf kreeg ik, terwijl we door de heuvels rond het Spaanse Girona fietsten.

Al is hij al jaren geen prof meer, ik ken geen andere mannen van 54 die zo fit zijn en zo graag fietsen als Neil. Ik ken ook weinig mensen die het leven zo omarmen als hij. In de Britse regen zitten vindt hij tijdverspilling. Daarom woont hij met zijn vrouw Maria in Girona. Hun zoon Dan woont om de hoek. Elke dag trekt Neil erop uit met zijn fiets. Moeiteloos peddelt hij de trainingsritten van de profs mee.

Maar deze winter fietste Neil vooral met mij. Elke avond stuurde hij…

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 6 oktober 2014

Tags:

Mijn moeder

Berghuijzen 1Ik ben bij mijn ouders op bezoek als mijn moeder vraagt: “Dat boek van Tyler Hamilton, over zijn dopinggebruik, dat had jij nog niet gelezen toch?” Ze loopt naar de kast en speurt de ruggen van de boeken af, op zoek naar De Wielermaffia. Na even speuren trekt ze het uit de kast en duwt het in mijn handen. “Hier. Echt een goed boek, hoor.”

Inmiddels ben ik er een beetje aan gewend dat mijn moeder koersfan is, maar als ze dit soort dingen zegt en doet, val ik nog steeds uit de zetel van verbazing. Tot vijf jaar geleden hoorde ik haar enkel dingen zeggen als: “Dat domme gefiets achter elkaar aan door Frankrijk, waar is dat nou goed voor?” En: “Zo’n wielerwedstrijd is toch verschrikkelijk saai? Urenlang op de fiets. Dom gedoe.”

Tegenwoordig moet ik er niet verbaasd van opkijken als de televisie afgestemd staat op de Tour de France, zelfs als mijn moeder alleen thuis is. Mijn vader volgde de koers altijd wel, of althans, ik herinner me dat Radio Tour de France altijd aanstond toen ik kind was, terwijl de geur van versgebakken pannenkoeken door het huis dreef en ik mijn vieze gespeelde voeten waste voor we aan tafel gingen.

Toen ik ging fietsen op mijn 30ste, vond mijn moeder dat maar niks. Waarom ik dat nog wilde, op mijn leeftijd. Wedstrijden rijden, afzien, pijn lijden, vallen, botten breken… En vooral: dat domme achter elkaar aan sjezen. Ze begreep het niet. Het liefst zag ze me meteen weer stoppen. Dan hoefde ze tenminste niet bang te zijn dat ik viel.

Maar al snel begreep ze dat ik volledig gegrepen was door de koers. Liever ging ze zich er nu in verdiepen, dan zich er tegen af te zetten. Zo stond ze ineens langs de kant tijdens de Ronde van Drenthe, zo zenuwachtig om mij te zien koersen dat ze alleen maar vlekkerige foto’s maakte van het trillen. Bij een volgende doorkomst had ze het toestel op een grote steen gezet en waren de foto’s scherper.

Ik koerste net een jaar toen mijn broertje kanker kreeg. Teelbalkanker, net als Lance Armstrong. Ze waren er vroeg bij, het was goed te genezen. Maar hij moest wel behandeld worden met operaties en chemokuren. Mijn moeder las Door de pijngrens, een van de biografieën van de toen nog niet gevallen coureur, en putte er hoop uit. Ze ging een geel bandje dragen.

Niet veel later kocht mijn moeder een koersfiets. Eentje met een recht stuur, dat zat wat comfortabeler en remde wat makkelijker. Ze was tenslotte al 62 en had nog nooit op een fiets met van die dunne bandjes en klikpedalen gereden. Ze ging trainen. En ze deed mee aan Alpe d’Huzes, om geld in te zamelen voor de kankerbestrijding. Mijn moeder reed de Alpe d’Huez op. Fluitend. Mijn moeder! Ze had zeker meerdere malen naar boven gekund, zo fit als ze was, maar ze durfde niet af te dalen. Dus het bleef bij één keer.

Inmiddels is mijn broertje al een tijd genezen. Een doel om te fietsen heeft mijn moeder niet meer. Een doel hoeft ze ook niet meer. Het fietsen zelf is een doel geworden. Om te ontspannen, te genieten. Net als bij mij gebeurde, heeft het fietsen haar helemaal gegrepen. Morgen gaat ze op vakantie, met mijn vader – die inmiddels ook een racefiets heeft gekocht. Ze gaan heuvels bedwingen in Duitsland.

Intussen speurt ze vage websites af om maar zo snel mogelijk uitslagen te vinden van mijn koersen. Ze weet precies wanneer en waar ik koers, ook als ik het haar niet vertel. Ze moedigt mij en mijn ploeggenoten aan op Facebook. En ze smst me telkens weer een succeswens.

Om koersfan te worden ben je nooit te oud. Om zelf te fietsen, ook niet. En om ontzettend trots te zijn op je stoere moedertje, al helemaal niet.

Hup mam!

Verschenen in cycling.be, september 2014
Foto: sportfoto.nl

Tags:

Arme Anna

20140602_0013Al een week lang zie ik Anna van der Breggen voor me, liggend op haar zij, op het asfalt van Ponferrada. Anna, wat mij betreft dé schaduwfavoriete voor de wereldtitel wielrennen vandaag.

In principe had ik haar niet moeten zien liggen, want ik was met mijn ploeg vóór de hare gestart. Maar ik had me tijdens de ploegentijdrit leeg gereden op een beklimming halverwege het parcours en was daar gelost. Ik reed alleen en op rustig tempo verder. Vlak voor de laatste afdaling haalde de Raboploeg me in.

Ze waren nog met vier van de zes. Ik zag wel dat Anna er nog bij zat. Op streekgenoten let je altijd wat beter. Ik wel, tenminste.

Aan de voet van de afdaling moest ik vol in de remmen: er stonden auto’s stil op een rotonde. Auto’s van Rabobank en van de organisatie. En een ambulance. Ik slalomde er tussendoor en trof een ravage van fietsen en rensters aan.

Ik denk dat het ongeveer drie seconden duurde voor ik voorbij was. Het was genoeg om te zien hoe stil Anna lag. Op haar zij. Haar gezicht vertrokken. Ook al heb je de valpartij zelf niet gezien, als een renster er zo bij ligt, dan weet je: dit is niet goed. Echt niet goed. Anders was ze al lang bloed wegvegend en kleding rechttrekkend op zoek geweest naar haar fiets, zoals haar ploeggenoten op dat moment.

Met een klomp in mijn maag reed ik naar de finish, waar niet veel later bevestigd werd wat ik al gezien had: niet goed. Een breuk in het bekken. Daarvan kun je niet in een week herstellen, daarmee kun je geen wegwedstrijd rijden.

Twee jaar op rij heeft ze zich op het WK volledig leeg gereden voor Marianne Vos, terwijl zij misschien wel de betere was. Anna was fantastisch in vorm de afgelopen weken. Wie weet, was het vandaag wel haar beurt geweest. Wie weet, als…

Verschenen in De Stentor, 27 september 2014
Foto: sportfoto.nl

Tags:

Bloem. Een stoere naam heeft hij ook niet nodig

10703571_760153417363577_6090805753443816050_nPolen, die kunnen niet zoveel natuurlijk. Drinken en stelen, ja. En onze banen inpikken. Toegegeven: onze simpele, vieze banen. Werk dat wij zelf niet willen doen. Daar zijn de Polen goed voor.

De tv-commentatoren en gelegenheidsanalytici op Twitter moeten dus ook heel hard lachen als uitgerekend de Poolse ploeg zich al vroeg in de wegrit van het WK wielrennen op kop zet.

Haha. Kijk hen nou. Wat een sukkels. Niemand hoeft iets te doen, omdat die malle Polen op kop rijden. Wat dom. De Italianen, Spanjaarden of Belgen krijgen de overwinning straks op een presenteerblaadje aangereikt. Of wacht. De Polen zijn natuurlijk ingehuurd! Hahaha! Voor geld doen ze elk vuil klusje, toch?

Haha. Kijk hen nou. Wat een sukkels. Niemand hoeft iets te doen, omdat die malle Polen op kop rijden. Wat dom. De Italianen, Spanjaarden of Belgen krijgen de overwinning straks op een presenteerblaadje aangereikt. Of wacht. De Polen zijn natuurlijk ingehuurd! Hahaha! Voor geld doen ze elk vuil klusje, toch?

Zo gaat het door, ronde na ronde. De spot op de Polen. Zo heel af en toe wordt de naam van hun kopman, Michal Kwiatkowski, genoemd. Maar al snel nemen de Polengrappen weer de overhand…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 29 september 2014

———————————————————

Vandaag mocht ik ook nog mijn mening over dingen spuien op TV Oost, bij En Dan Nog Even Dit. Onder andere over vluchtelingen en de onbarmhartige mening die sommige mensen er wat dat betreft op nahouden. En over Strava voor katten.

Tags: