Schuurpapier en bloedvlekken

800px-TonyMartinWorldChampionITTAltijd hetzelfde gedonder. De hele week stralende zon, en ja hoor, zodra het weekend is en u vrij bent, regent het. Of is het op z’n minst bewolkt. Gelukkig staan er nog twee etappes in de Tour de France op het programma. De parade naar de Champs Élysées op zondag en de tijdrit van vanmiddag. Dus moet u daar maar naar kijken.

Maar ja. Zo’n tijdrit. Mannen die in hun eentje fietsen, 54 kilometer lang. Dat is eigenlijk bloedsaai. En kijk: daar zijn we bij het onderwerp waar ik het over wil hebben. Bloed.

Het bloed van Tony Martin, om precies te zijn. De Duitser is wereldkampioen tijdrijden en vandaag dé favoriet op dit onderdeel. Hij doet er alles aan om zijn race tegen de klok zo perfect mogelijk te rijden. Letterlijk: alles.

Dat betekent dat hij per se in de perfecte houding op zijn fiets wil blijven zitten. Zo aërodynamisch mogelijk. En dat is niet zo eenvoudig als het lijkt. Misschien heeft u het wel eens gezien: onder andere Alberto Contador is befaamd vanwege het ‘hupje’ met de bips naar achteren, om de zoveel trappen. Door de krachtsontwikkeling in de benen schuift een tijdrijder telkens heen en weer op het zadel.

Hupjes, daar doet Tony Martin niet aan. En schuiven ook niet. Maar hoe voorkom je dat? Nou, heel eenvoudig, dacht de Duitser: met een flink stuk schuurpapier. Hij plakt zijn hele zadel er vol mee. Na elke tijdrit is hij letterlijk door zijn zeem heen geschuurd.

En niet alleen door zijn zeem. Martin rijdt als wereldkampioen dit jaar in een wit tenue. Daarin is elk vlekje goed te zien, zeker elk rood vlekje. Zo was dus duidelijk zichtbaar dat hij in de Ronde van Baskenland over de finish kwam met een hevig bloedend kruis.

Tijdrijden doet sowieso al pijn. Dus schuren ballen en benen er ook nog bij open? Boeien. Als je maar de snelste bent.

Verschenen in De Stentor, 26 juli 2014
Foto: wikimedia commons

Tags:

Dafne Schippers, jij bent gewoon Supervrouw

20100530-FBK_Games-Daphne_SchippersJe kunt natuurlijk niet zomaar voor je ware aard uitkomen. Maar dat je als meerkampster het bijna twintig jaar oude nationale record verspringen zomaar even uit de boeken springt, doet natuurlijk wel wenkbrauwen fronsen.

En dat je wonderlijke Nederlandse records op de honderd en de tweehonderd meter loopt, leidt tot evenveel vraagtekens. Want je zet de landelijke sprinttop daar behoorlijk mee te kakken. Die meiden zijn superspecialisten, ze doen niet anders dan sprinten. Jij traint zeven verschillende atletiekonderdelen, je komt een keertje meedoen en loopt ze – BAM – totaal aan flarden.

Het zijn allemaal signalen. Signalen dat er wat aan de hand is met Dafne Schippers, 22, uit Utrecht. Het grote publiek is zich er nog niet van bewust, maar je tegenstanders voelen het al: als jij in het startblok staat, heb je iets onaantastbaars. Een uitstraling van: jullie kunnen doen wat je wilt, maar ik ga hier winnen.

Intussen strooi jij iedereen zand in de ogen. Je doet je voor als een gewone vrouw. Een Hollandse…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 28 juli 2014
Foto: wikimedia commons

Tags:

Mijn enige verweer: afzien en bloed proeven

En nu moet ik hier dus een stukje over sport tikken, terwijl ik het hele weekend met stomheid geslagen alle berichtgeving over het vliegtuig MH17 over me heen heb laten komen.

Een vliegtuig met driehonderd mannen, vrouwen en kinderen. Neergeschoten. Door rebellen. Die vervolgens alles van waarde wat ze tussen de verwrongen lichamen kunnen vinden, meenemen. Ze halen mobieltjes uit tassen. Oorbellen uit oren. Trouwringen van vingers. Ze verbieden de berging van de stoffelijke overschotten door internationale bergingsteams en gaan zelf met de lichamen aan de haal – om er de-hemel-weet-wat mee te doen.

Een vliegtuig met driehonderd mannen, vrouwen en kinderen. Neergeschoten. Door rebellen. Die vervolgens alles van waarde wat ze tussen de verwrongen lichamen kunnen vinden, meenemen. Ze halen mobieltjes uit tassen. Oorbellen uit oren. Trouwringen van vingers. Ze verbieden de berging van de stoffelijke overschotten door internationale bergingsteams en gaan zelf met de lichamen aan de haal – om er de-hemel-weet-wat mee te doen.

Ik kan het niet hoor. Na zo’n weekend over sport schrijven. Ik bedoel: Nibali in het geel. Mollema verliest tijd. Ja. Nou en?

Ik kijk naar…

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 21 juli 2014

Tags:

Big in Shanghai

10330457_694558227256430_3368627198120875162_nEen week lang ben ik een ster in China. Niet alleen ik: mijn hele ploeg, het hele vrouwenpeloton is een week lang big in Shanghai. We rijden een etappekoers en een wereldbekerwedstrijd op Chongming Island, een eiland op zo’n negentig kilometer van Shanghai. En de Chinezen pakken het organiseren van een koers groots aan.

Op enorme schermen langs snelwegen vinden we onszelf terug in een vreemd soort Droste-effect: terwijl we koersen, zien we onszelf terwijl we koersen. We rijden door dorpen en door steden, we fietsen langs kanalen en door onbewoond gebied. Overal staan Chinezen langs de kant. Zelfs op plekken waar in geen velden of wegen een huis te bekennen is, duiken plukjes Chinezen op. Ze juichen niet, tenminste: bijna niet. Ze staan allemaal met hun gezicht verstopt achter hun iPhone of iPad. Foto’s maken. Niet alleen tijdens de koers. Ook ervoor. En erna. Dan willen ze er zelf ook bij op. Liefst met zoveel mogelijk tegelijk. Of je krijgt een kind in je handen gedrukt. Hier, hou die maar eens even vast, dan kunnen wij een foto maken. Natuurlijk beginnen de arme schaapjes acuut te brullen als ze door zo’n zweterige karnemelkdrinker tegen de borst worden gedrukt.

Zelfs bij de Chinese dixies ben je niet veilig. Sta je met open mond te staren naar de digitale klok boven het mobiele toilet die aangeeft hoeveel minuten en seconden degene voor jou al in het hokje vertoeft (vijf minuten en drie, vier, vijf seconden – wat dóet iemand zo lang in een dixie?!), merk je plots dat jij en je open mond alweer vijf keer op de gevoelige plaat zijn vastgelegd. Dus als je voorganger na zes minuten en veertig seconden eindelijk heeft besloten dat de broek weer omhoog kan, vlucht je zo snel mogelijk het stinkhokje in – om je een hoedje te schrikken van de stem die je in de dixie totaal onverwacht met een luid ‘ni hao’ begroet.

In die zin is de koers zelf een stuk minder enerverend. Of beter gezegd: wedstrijden rijden over vijfbaans snelwegen is bloedsaai. Om het parcours toch enig spektakel te geven, worden we twee keer over de grote brug tussen Shanghai en Chongming Island gestuurd. Door de tolpoortjes, wat met een heel peloton toch best spannend is, zeven kilometer vals plat omhoog tot de top op drieënnegentig meter, gevolgd door een even zo spectaculaire ‘afdaling’. Dan een U-turn onderaan de brug en hup, weer terug omhoog.

De Chinezen vinden dat ze met deze brug een heel bijzonder element in hun koers hebben verwerkt, blijkt tijdens de persconferentie achteraf. Met onze sprintster Kirsten Wild winnen we zowel de etappekoers op Chongming Island als de gelijknamige wereldbekerwedstrijd – en ze krijgt de meest bijzondere vragen voorgeschoteld. “Heb je wel eens eerder over een brug gefietst?” “Hoe vond je dat?” “Was je bang om eraf te vallen?” “Kun je zwemmen?” De vragen die bij de Chinese persconferentie gesteld worden zijn sowieso bijzonder. “Ben je wel eens gevallen?” “Deed dat pijn?” “Heb je toen gehuild?”

Intussen worden er ook in het open tentje waarin de persconferentie wordt gehouden eindeloos veel foto’s gemaakt. Maar als je gewonnen hebt, maakt dat niks uit. Dan kunnen er niet genoeg foto’s gemaakt worden. We poseren geduldig tussen de Chinezen, lachen naar elke camera die op onze neus geduwd wordt en maken even zoveel foto’s van de massa’s Chinezen die op onze wedstrijd zijn afgekomen.

Eenmaal terug in mijn hotelkamer overvalt de rust en de stilte me. Mijn roomie Kirsten moet nog naar de dopingcontrole. Ineens ben ik helemaal alleen, alleen met mijn overwinningsroes. Geen fotografen, geen rare persconferentievragen. Ik zet een feestmuziekje op en duw de volumeknop naar maximaal. Ook al ben ik kapot van de koers, stilzitten lukt niet. Terwijl ik mijn tenue van mijn lijf pel, begin ik te dansen. Voor ik het weet swing ik naakt door de kamer. Als ik mezelf onverwacht in de spiegel zie, schrik ik me een hoedje. Even kijk ik uit het raam, want met de Chinezen weet je het tenslotte nooit. Geen fotograaf die stiekem om het hoekje staat? Ik ben graag een ster in China, big in Shanghai – maar dan enkel vanwege onze prestaties. Tijdens de koers. En niet erna, ontkleed in mijn hotelkamer.

Verschenen in cycling.be, juni 2014

Tags:

Etappe 9: Klimmen naar de kapel

10500284_725714607474125_1257629835464876470_nLinks de bergwand. Rechts het Comomeer. We razen met vijftig kilometer per uur over de kennelijk schilderachtige weg langs het water. Geen tijd om te kijken. Concentratie in de hectiek op deze slingerweg.

De dag is zonovergoten. Dat is in oktober vaak wel anders, als onze mannelijke collega’s in de Ronde van Lombardije over deze weg koersen, richting de beklimming naar het kapelletje van de Madonna del Ghisallo. Dan liggen er herfstbladeren op de weg. De zon schijnt laag door de nevel boven het meer, of het regent. De renners veranderen in grijze schimmen, enkel oplichtend door de koplampen van de volgwagens.

Vandaag spatten de kleuren er vanaf. Alles staat in bloei, onze koerspakjes een werveling van kleuren. Ook wij slaan dadelijk af, op de rotonde in Bellagio. Omhoog gaat het dan. De mannen rijden door op de top. Voor ons ligt de finish bij de kapel. Daar eindigt deze laatste etappe van de Giro voor vrouwen. Bij de Madonna, beschermheilige van de wielrenners, worden we verlost van…

LEES HIER VERDER (gratis)

Klik hier voor de Strava-file van deze etappe
Verschenen in Trouw, 14 juli 2014

Tags: