De mensenmassa trilt van vreugde. En ik tril mee.

20140422-183854.jpgIk houd niet zo van mensenmassa’s, meestal blijf ik aan de rand staan kijken. Maar nu trekken een paar vrienden me mee naar het midden van het Wezenlandenpark, dat zwart ziet van de mensen. Dit gebeurt niet elke dag tenslotte, dat jouw stad de KNVB-beker wint. Sterker nog, dit is de eerste keer in de geschiedenis van Zwolle.

Dieper en dieper verdwijnen we in de blauw-witte zee. Als ik op mijn tenen ga staan, zie ik, waar ik ook kijk, alleen maar deinende hoofden. We komen tot stilstand op een plek waar nog een beetje ruimte is.

Meteen zie ik hem. Hij zit op de schouders van zijn vader, vlak voor me. Zijn blonde koppie steekt boven een veel te groot blauw wit shirt uit. In zijn knuisten houdt hij een PEC-sjaal, zo ver als hij kan boven zijn hoofd geheven. Zijn vader springt en hij host mee, fanatiek zwaaiend met zijn sjaal. Ik schat hem op een jaar of negen.

Zulke jongens had ik op de basisschool ook in de klas, gek van voetbal. Ze speelden elke pauze bloedfanatieke potjes tennisbalvoetbal, want grotere ballen mochten niet op het plein, beducht voor de ruiten als de schoolleiding was. Ze hadden dikke stapels voetbalplaatjes, met zo’n postelastiek…

LEES HIER VERDER

Verschenen in Trouw, 22 april 2014

Tags:

Zei ik het niet?

    foto(5)

Verschenen in de Stentor, 19 april 2014

Tags:

Geachte mevrouw Kroonenberg,

Toegegeven: ik moest best even gniffelen toen ik uw quotes las over mensen met simpele koppen en uitdrukkingsloze ogen. Want ja, die lopen rond in Drenthe. Net als in de rest van Nederland. Van die dingen die iedereen ziet en herkent, maar die eigenlijk te politiek incorrect zijn om hardop uit te spreken. Maar toen ik het interview met u op Radio Drenthe hoorde waarin u een en ander probeerde ‘goed te praten’, werd ik boos. Echt boos. Ik zal u eens haarfijn uitleggen waarom.

Voordat ik begon met afstuderen aan de Rijksuniversiteit Groningen om historica en journalist te worden, liep ik stage bij het Haarlems Dagblad. Op de kunstredactie. Als geboren Drentse kwam ik daar binnen met een accent. Ik spreek geen Drents, maar bij ons thuis werd wel Drents gesproken door mijn ouders. Ze hebben ons, hun drie kinderen, in het Nederlands opgevoed – in de (ijdele) hoop dat het Drents vanzelf een keer zou komen. Mijn ouders kenden namelijk maar al te goed dat minderwaardigheidsgevoel van niet goed Nederlands kunnen spreken en wilden ons die ervaring besparen.

Ondanks dat ik geen Drents spreek, had ik wel een accent. Toen. Dat heb ik geweten. Uit welke klei ik wel niet getrokken was, wilden ze in Haarlem weten. Of ik ze wel allemaal op een rijtje had. Of ze namen me sowieso niet serieus. Iemand die praat als een boer kan niet intelligent zijn. Uit alle macht heb ik geprobeerd zo snel mogelijk mijn Drentse accent kwijt te raken, want als ik iets niet wilde, was dat mensen twijfelden aan mijn intelligentie.

De manier waarop Randstedelingen me in die jaren uitlachten zo gauw ik mijn mond opentrok, heeft me vreselijk onzeker gemaakt. Je moet als begin twintiger wel heel stevig in je schoenen staan om je niks aan te trekken van dit misplaatste superioriteitsgevoel. Daarbij, zelfverzekerdheid wordt er in Drenthe sowieso niet met de paplepel ingegoten. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. En je kop boven het maaiveld uitsteken moet je zeker niet doen. Ik begon me te schamen voor mijn afkomst.

Och ja, het waren allemaal maar grapjes die u verkondigde in dat interview met HP/De Tijd. Grapjes met een bittere waarheid erachter, grapjes waarin plots naar buiten komt hoe de grachtengordel binnenskamers over ‘ons’ placht te praten. Om ons lacht. Het is precies uw soort mensen dat ervoor gezorgd heeft dat ik pas als dertiger trots kan zijn op wie ik ben en waar ik vandaan kom. Het is de schuld van mensen zoals u dat honderdduizenden intelligente jongeren waaraan je toevallig kunt horen dat ze niet in de Randstad zijn opgegroeid zich minderwaardig voelen zo gauw ze hun mond open doen buiten de provincie waar hun wortels liggen.

Ik zou dolgraag de Drentse taal – excuus, het dialect – spreken, maar mijn mond vormt zich inmiddels niet meer in die vorm. Dat is uw schuld, met uw grenzeloze en volledig misplaatste arrogantie. U bent niet arrogant, zegt u? Dat is een misverstand, meent u? Luister dan nog eens goed naar wat u in datzelfde interview op Radio Drenthe zegt over laaggeletterden en uw inzet voor die mensen. U bent maar wat trots op het feit dat u zo’n ongelooflijk goed mens bent dat u zich geheel vrijwilliger, ja, zonder ervoor betaald te worden, inzet voor mensen die niet of nauwelijks kunnen lezen of schrijven.

Als u zich een beetje verdiept heeft in laaggeletterdheid, dan weet u dat dat doorgaans het gevolg is van onzekerheid en een lage eigenwaarde. Volwassenen die niet kunnen lezen en schrijven denken dat ze het niet kunnen en het ook nooit zullen kunnen. Zulke mensen moet je zelfvertrouwen geven, je moet ervoor zorgen dat hun gevoel van eigenwaarde omhoog gaat. Dan durven ze het misschien aan om te leren lezen en schrijven. Dit zijn precies de mensen die u nu simpel noemt, een andere diersoort zelfs. En deze mensen moeten leren lezen en schrijven van u?!

Voor alle laaggeletterden van Nederland hoop ik werkelijk dat ze nooit, maar dan ook nooit te maken krijgen met het vleesgeworden superioriteitsgevoel genaamd Yvonne Kroonenberg. En voor u hoop ik dat u eens rustig in een hoekje gaat zitten om goed na te denken over de impact van uw ‘grapjes’.

Groeten uit de provincie,

Marijn de Vries

Hoe Ramona Niki pijnigde tot hij winnen kon

20140414-143113.jpgNog zes kilometer tot de meet. En daar gaat hij, Niki Terpstra. De armen heeft hij als winkelhaken aan zijn stuur gehaakt, de verkrampende benen dwingt hij met alle wilskracht van de wereld tot dat wat ze al kilometerslang niet meer willen. Daar gaat Niki. Alleen. Op weg naar de wielerbaan in Roubaix.

En ik kan alleen maar aan Ramona denken. Ramona, Niki’s vriendin, de moeder van zijn twee kinderen. Zij staat nu, op dit moment, op het gras van het middenterrein te kijken naar een groot scherm. Zij ziet hoe haar vent er vandoor gaat, alleen. Meter voor meter komt hij dichterbij. Zij weet dat hij dit kan.

Ze slaat de mouw van haar witte pluisjasje voor de mond. Lekker zacht is het jasje. Eigenlijk helemaal niet geschikt om aan te trekken naar een vieze race als Parijs-Roubaix. Maar Ramona is alles behalve een tutje. Dus wat kan het haar boeien dat haar jas smerig wordt? Wat kan het haar schelen dat ze hem straks nooit meer schoon krijgt als ze haar mijnwerker van een man in de armen valt?

Ik denk dat Niki op dit moment ook aan Ramona denkt. Niet…

LEES HIER VERDER

Verschenen in Trouw, 14 april 2014
Foto: wikimedia commons

Tags:

Veel bier, maar ook ‘droge & natte worstjes’

10177282_676535902391996_125104823544401642_nEen kerk. Frituur ‘t Hoekske. Café Century. Wat slordige huizen met rommelig land er omheen. En een rotonde. Dat is Kerkhove, een gehucht in Vlaanderen. Een boer ploegt zijn land in nette voren, het zand aan de ene kant van zijn tractor is een tint donkerder dan het zand aan de andere kant. Auto’s staan lukraak geparkeerd in de berm. Hier is wat te doen.

Voor het frietkot staan een partytent en dixie. Op de rotonde: dranghekken. Kinderen met koerspetjes op rennen rond. Een kleine jongen in een veel te wijde BMC-koersbroek heeft zich met beide handjes aan de spijlen van een dranghek vast gegrepen. Hij tuurt de weg af. Zijn knokkels worden wit. Dan pakt zijn moeder zijn hand. Komaan, het duurt nog lang voor de renners hier zijn. Het ventje huppelt naast haar voort, de broek slobbert om zijn beentjes.

De stemmen van Michel Wuyt en José de Cauwer schallen uit grote boxen, André Hazes zingt er uit een andere luidspreker doorheen dat dit de laatste keer is. In de tent staan mannen bier te drinken, en cola, uit kleine flesjes. Je kunt er ook wat bij eten als je wilt, “droge & natte worstjes”, voor 1 euro 70 per stuk.

“Ai ai, die val, gast! Zie dat dan toch, da is toch nie normaal. Ze vallen als vliegen.” Een kleine vrouw die veel te jong lijkt voor haar rollator, geeft haar eigen commentaar, duidelijk hoorbaar voor iedereen, maar bedoeld voor niemand in het bijzonder. Geen hond geeft dus ook antwoord als ze keer op keer herhaalt: “Hoe vaak passeren ze hier? Een keer? Twee keer? Hoe vaak?”

De mannen bestuderen uit de krant geknipte doorkomstschema’s. Ze hebben het met roze of gele stift aangestreept: tussen vijf over vier en tien voor vijf. Dan komen ze, de renners, door hun Kerkhove. Vanaf hier is het nog maar negen kilometer. Steeds rechtdoor, naar de meet in Oudenaarde. “Boonen wordt ‘t nie hoor, vandoage”, zegt de vrouw met de rollator. “Het wordt dien Ollander. Terpstra.” Ze kijkt om zich heen. “Of Degenkolb. Die doet giene trap teveel. Giene trap.” Niemand reageert.

Het wordt drukker. Het echtpaar dat normaal alleen het frietkot runt, tapt pint na pint zonder de blik van het scherm te halen. Aan de andere kant van de toog verdringen mensen zich om niets van de beelden te missen. Cancellara demarreert, Sep Vanmarcke volgt. Bier valt om, gejuich stijgt op. Het duo haakt aan bij Stijn Vandenbergh en Greg van Avermaet. Drie Vlamingen aan de leiding. Drie! Zo mooi is Vlaanderens Mooiste zelden. En o ja, die Zwitser. Maar die zullen ze seffens wel in het pak naaien, zeker.

Sirenes komen dichterbij, politiemotoren scheuren over de rotonde. Materiaalwagens, ploegleiderswagens, jurywagens. De voorbodes van de koers. Niemand verlaat de tent. Niemand wil een seconde missen. “Allez Stijn!” De kleine vrouw, inmiddels neergezegen op het zitje van haar rollator, gilt naar de tv – op het moment dat Vandenbergh op nog geen tien meter afstand over de rotonde van Kerkhove suist, zijn drie medekoplopers in het wiel.

“Komaan Vanmarcke, achter Cancellara, vent”, coacht een man met baard zijn favoriet met minder dan een kilometer te gaan. “Komaan, goedvrrrdoemde. Komaan dan toch, vent.” Hij vloekt opnieuw. “In dat wiel, vent! Daar! Jawadde, allez. Weeral Cancellara, vent. Weeral.” Berustend neemt hij een slok bier. Buiten is het land van de boer donker. De tractor is weg.

Verschenen in Trouw, 7 april 2014

Tags: