Arme Anna

20140602_0013Al een week lang zie ik Anna van der Breggen voor me, liggend op haar zij, op het asfalt van Ponferrada. Anna, wat mij betreft dé schaduwfavoriete voor de wereldtitel wielrennen vandaag.

In principe had ik haar niet moeten zien liggen, want ik was met mijn ploeg vóór de hare gestart. Maar ik had me tijdens de ploegentijdrit leeg gereden op een beklimming halverwege het parcours en was daar gelost. Ik reed alleen en op rustig tempo verder. Vlak voor de laatste afdaling haalde de Raboploeg me in.

Ze waren nog met vier van de zes. Ik zag wel dat Anna er nog bij zat. Op streekgenoten let je altijd wat beter. Ik wel, tenminste.

Aan de voet van de afdaling moest ik vol in de remmen: er stonden auto’s stil op een rotonde. Auto’s van Rabobank en van de organisatie. En een ambulance. Ik slalomde er tussendoor en trof een ravage van fietsen en rensters aan.

Ik denk dat het ongeveer drie seconden duurde voor ik voorbij was. Het was genoeg om te zien hoe stil Anna lag. Op haar zij. Haar gezicht vertrokken. Ook al heb je de valpartij zelf niet gezien, als een renster er zo bij ligt, dan weet je: dit is niet goed. Echt niet goed. Anders was ze al lang bloed wegvegend en kleding rechttrekkend op zoek geweest naar haar fiets, zoals haar ploeggenoten op dat moment.

Met een klomp in mijn maag reed ik naar de finish, waar niet veel later bevestigd werd wat ik al gezien had: niet goed. Een breuk in het bekken. Daarvan kun je niet in een week herstellen, daarmee kun je geen wegwedstrijd rijden.

Twee jaar op rij heeft ze zich op het WK volledig leeg gereden voor Marianne Vos, terwijl zij misschien wel de betere was. Anna was fantastisch in vorm de afgelopen weken. Wie weet, was het vandaag wel haar beurt geweest. Wie weet, als…

Verschenen in De Stentor, 27 september 2014
Foto: sportfoto.nl

Tags:

Bloem. Een stoere naam heeft hij ook niet nodig

10703571_760153417363577_6090805753443816050_nPolen, die kunnen niet zoveel natuurlijk. Drinken en stelen, ja. En onze banen inpikken. Toegegeven: onze simpele, vieze banen. Werk dat wij zelf niet willen doen. Daar zijn de Polen goed voor.

De tv-commentatoren en gelegenheidsanalytici op Twitter moeten dus ook heel hard lachen als uitgerekend de Poolse ploeg zich al vroeg in de wegrit van het WK wielrennen op kop zet.

Haha. Kijk hen nou. Wat een sukkels. Niemand hoeft iets te doen, omdat die malle Polen op kop rijden. Wat dom. De Italianen, Spanjaarden of Belgen krijgen de overwinning straks op een presenteerblaadje aangereikt. Of wacht. De Polen zijn natuurlijk ingehuurd! Hahaha! Voor geld doen ze elk vuil klusje, toch?

Haha. Kijk hen nou. Wat een sukkels. Niemand hoeft iets te doen, omdat die malle Polen op kop rijden. Wat dom. De Italianen, Spanjaarden of Belgen krijgen de overwinning straks op een presenteerblaadje aangereikt. Of wacht. De Polen zijn natuurlijk ingehuurd! Hahaha! Voor geld doen ze elk vuil klusje, toch?

Zo gaat het door, ronde na ronde. De spot op de Polen. Zo heel af en toe wordt de naam van hun kopman, Michal Kwiatkowski, genoemd. Maar al snel nemen de Polengrappen weer de overhand…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 29 september 2014

———————————————————

Vandaag mocht ik ook nog mijn mening over dingen spuien op TV Oost, bij En Dan Nog Even Dit. Onder andere over vluchtelingen en de onbarmhartige mening die sommige mensen er wat dat betreft op nahouden. En over Strava voor katten.

Tags:

Geniet. Vergeet niet waar je vandaan komt.

foto(284)Nog een halve minuut te gaan. Ik kijk over de lege straat voor me. Nog twintig seconden. Wat hangt die camera laag. Die zal straks toch wel omhoog gaan als wij van het podium rollen? Tien. Veel publiek. Overal vlagen met ‘Ponferrada 2014′. Negen. Ik duw de staart van mijn aerohelm tegen mijn rug. Acht. Een diepe ademteug. Zeven. Hee, daar staat een bekende. Zes. Ik voer de druk op mijn pedalen op. Vijf. Mijn spieren volledig op spanning nu.

Precies zeven minuten voor de wekker zou gaan, doe ik mijn ogen open, om zes uur vierenveertig. Geen ontwaaktijd voor mij, dit. Maar ik voel me klaarwakker. Los van de eerste vlinders die bij het besef van wat ik vandaag ga doen – wereldkampioenschap ploegentijdrit! – in mijn buik opvliegen, voelt mijn lichaam fit.

Mijn ploeggenoot wordt ook wakker. Wenst me goedemorgen. Zwijgend kleden we ons aan. Ik heb geen honger. Dat is een probleem. Ik moet goed eten, want de komende drie uur…

LEES HIER VERDER (Blendle)

Verschenen in Trouw, 22 september 2014

Tags:

Het meisje in mij voelt zich thuis langs het veld

10613109_324055534438631_4515619335015894525_nIk was vergeten hoe het schoppen tegen een bal klinkt. Een doffe plof van leer op schoen. Een harde plof. Bij het horen van de plof hang ik ineens weer als klein meisje op de kop aan de railing van het tweede voetbalveld.

Op het hoofdveld is een wedstrijd gaande. Gejoel, geschreeuw en het ploffen van de bal van schoen naar schoen. Zon op mijn wangen, madeliefjes overal, blaren op mijn handen van de reuzenzwaai en nooit ging ik op het hoofdveld kijken.

Soms veegde ik wel eens stiekem met mijn schoenen over de borstels voor de voetballers met hun vieze schoenen, die op een tegel net buiten de ingang zaten. Soms zag ik het hoofdveld leegstromen in de rust, de voetballers met hun klakkende noppen en de gewone mensen die ik allemaal kende omdat ik in een klein dorp woonde, verdwenen in de kantine. Eenmaal terug in onze achtertuin hoorde ik het ploffen van de bal nog steeds.

Op het voetbalveld van FC Wolvega is geen ruimte voor een reuzenzwaai aan de reling. Het staat er stikvol. De club speelt tegen Olyphia Noordwolde. Tweede klasse zondagmiddag, dé streekderby. Iedereen kent elkaar. “Jongen, alles goed?” De uitspelende club komt van maar tien kilometer verderop. “Ja, best hoor.” Naast de kantine staat een springkussen in de vorm van een…

LEES HIER VERDER (Blendle)

Verschenen in Trouw, 15 september 2014
Foto: Facebook FC Wolvega

Tags:

Brommertje

10502520_755077407898427_293411454881853677_nSoms zie je wel eens een brommer met een wielrenner er zo dicht achter, dat het lijkt of ze elkaar raken. In het zog van een brommer rij je moeiteloos heel hard. De meeste wielrenners vinden dat heerlijk. Ik ook.

Oplettende weggebruikers langs de IJssel bij Deventer konden afgelopen week precies het omgekeerde waarnemen: een wielrenner met een brommer in het wiel. Het waren een oude man op de brommer, en ik op mijn racefiets.

Een uurtje eerder was ik de man tegen gekomen. Net voorbij Welsum passeerde hij me. Brommer! Sprintje! – en ik zat in zijn wiel. Ik keek op mijn teller: 40 kilometer per uur. Fijn. Zo wilde ik wel even blijven rijden.

Met nog een sprintje reed ik naast de brommer. Sommige bestuurders vinden een wielrenner in het wiel bloedirritant. Of eng. Dus even overleggen kan nooit kwaad. Ik zag nu dat de brommerrijder al aardig op leeftijd was. Hij grijnsde en brulde boven de wind en het geluid van de motor uit dat ik best een stuk mocht meeliften – en ik liet me weer afzakken tot achter hem.

De man stuurde zijn brommer vloeiend door de bochten. Ik volgde makkelijk en met genoegen. Andere fietsers keken ons glimlachend na. In de achteruitkijkspiegel zag ik dat de man ook genoot. Samen verslonden we kilometers dijk, tot de man zijn brommer vlak voor Deventer stopte.

Hij wilde weten waar ik naartoe ging. De IJssel over, vertelde ik hem, terug naar Zwolle via Olst en Wijhe. Dat stond hem wel aan. Of hij nu een stukje achter mij aan mocht. Want hij had zijn brommer nog maar net. Hij was gewoon lekker aan het toeren. Hij moest helemaal niet naar Deventer, maar och… Maar waar hij het begin van de brug vinden kon, wist hij niet. Ik lachte en wenkte dat hij me natúúrlijk volgen mocht.

En zo reden we verder, ditmaal in omgekeerde volgorde. Een raar gezicht, misschien, maar wel de perfect manier om een lief brommermannetje te bedanken voor de heerlijke lift.

Verschenen in de Stentor, 5 september 2014

——————————————————————

Maandag 8 september was ik stamgast in En Dan Nog Even Dit op TV Oost, over onder andere mijn afgelopen wielerseizoen.

Tags: ,