Niet normaal
Het is nu precies een jaar geleden dat ik stopte met werken en het is bizar hoe snel zo’n nieuwe manier van leven ‘normaal’ wordt. Ik kan me bijna niet voorstellen hoe het zou zijn om weer op een kantoor te zitten. Ik vraag me dan ook geregeld af hoe ik ooit terug moet naar een normaal leven, als ik eenmaal gestopt ben met wielrennen.
Helemaal gestopt met werken ben ik natuurlijk niet: ik schrijf nog wel eens een verhaal voor een tijdschrift of ik doe andere freelance klusjes. Maar in een kantoor, achter een bureau met een telefoon en een computer erop en met collega’s om me heen, kom ik al een jaar niet meer. Helemaal normaal was mijn baan ook niet: als journalist kom je je kantoor veel uit en werk van negen tot vijf was het nou ook niet bepaald. Maar het was wel een leven zoals de meeste mensen leiden.
Ik ben zo bang dat ik er niet genoeg van geniet. Dat de dagen voorbij gaan zonder dat ik er voldoende bij stil sta hoe bijzonder het is waar ik nu mee bezig ben. En dat iedere dag een paar uur fietsen helemaal niet hard werken is. Iedereen zegt het ook: “Wat heb jij een leven! Een beetje fietsen, een beetje gemasseerd worden, een beetje slapen…” Maar soms denk ik ook wel eens stiekem: hallo. Het is best pittig hoor, om iedere dag te trainen. Fietsen als het regent. Fietsen als je moe bent. Fietsen als je kont zeer doet. Fietsen als het koud is. Fietsen als je spierpijn hebt, of helemaal vergaat van het melkzuur in je benen. Een training overslaan doe ik nooit, daar ben ik veel te plichtsgetrouw voor. Je slaat ook niet zomaar een kantoordag over, immers. Maar ik heb echt wel eens dagen waarop ik geen zin heb.
Ik vind het zo jammer dat mijn verwondering van toen dit avontuur begon langzaam wegebt. Ik probeer het zo goed mogelijk vast te houden. Nu ik zes weken in Spanje zit – Zes weken! Stel je voor! Welk normaal mens kan zomaar zes weken naar Spanje? – vind ik helemaal dat ik van ieder moment moet genieten. Maar ik denk dat er toch iets in de mens zit dat ervoor zorgt dat je een nieuwe situatie al snel gewoon vindt, want ook hier was het leven al na een paar dagen ‘normaal’. Natuurlijk verschijnt er een brede grijns op m’n gezicht als ik opsta en zie dat de zon stralend aan de hemel staat en stemmen de voorjaarsgeuren in de lucht me buitengewoon vrolijk. Maar toch. Een mens raakt snel gewend aan verwend worden. Ik moet mezelf er bewust op attenderen, zo nu en dan: Sta hier eens even bij stil, De Vries! Dit is niet normaal, dit is heel bijzonder!
Stel je voor dat je niet beter weet, denk ik dan wel eens. Dat je al je hele leven topsporter bent en dat het volstrekt normaal is om altijd in een zonnig buitenland te trainen en de beste faciliteiten om je heen te hebben. Dat het doodgewoon is dat alles om jou en je welbevinden draait, omdat jij je goed moet voelen – want alleen zo kun je optimaal presteren. Sta je er dan nog wel eens bij stil wat voor bijzonder leven je eigenlijk leidt? Dat het niet normaal is om altijd zo in de watten gelegd te worden, dat het niet gewoon is dat je je nergens druk om hoeft te maken omdat daar ‘personeel’ voor is? Hoe moet het dan zijn als je stopt? Niet weten wat je met je tijd en je verdere leven aan moet lijkt me één ding, maar afkicken van het feit dat alle aandacht altijd naar jou uitging lijkt me eigenlijk nog moeilijker. Het is ineens niet meer van groot belang hoe je je voelt, want je hoeft niet meer te presteren. Kunnen zulke mensen ooit een gewoon leven gaan leiden, vraag ik me wel eens af, kunnen ze dat aan?
Want zelfs ik begin me af te vragen of ik ooit weer ‘normaal’ zal kunnen doen. Of ik ooit weer vroeg op kan staan om naar kantoor te gaan. Niet voor een baas, maar voor mezelf. Ik heb de bazen voorgoed vaarwel gezegd en blijf ook na mijn wielercarrière freelancen. Dat heb ik er in ieder geval van opgestoken: als eigen baas ben ik veel beter af. Dan kan ik tenminste zo nu en dan een middagdutje blijven doen of overdag een rondje fietsen als ik daar zin in heb. En ach, als ik één ding geleerd heb: elke nieuwe situatie went snel. Te snel. Tot die tijd probeer ik mezelf iedere dag even in de arm te knijpen. Ook op dagen dat mijn kont zeer doet, dat ik het koud heb en dat ik moe ben: geniet hier ook maar van, want zelfs dit is niet ‘normaal’.
Marijn | 28 januari 2012 | No Comments »













