Hoe een bacterie me uit het veld sloeg
Ik probeerde de signalen te negeren. Of me er in ieder geval niet druk over te maken. Te denken: ach, ik heb nog tijd. Om te rusten, te herstellen, me beter te voelen. Ik ben woensdag vast uitgerust. En fit. Maar ik was al sinds ik uit Spanje terugkwam moe. Hangerig. Slechte eetlust. Wel honger, maar zodra ik een hap nam had ik geen zin meer. De maagbacterie die ik op het waterige wegdek van Spaans Baskenland oppikte, had het kennelijk wel gezellig bij mij.
Goed, het werd wel iedere dag een beetje beter, maar de trainingen liepen niet. Vrijdag oefende ik op het parcours van het NK, maar mijn hartslag bleef maar laag terwijl ik het gevoel had dat ik alles gaf. Zaterdag reed ik als een dweil in de Ronde van Zuid Oost Friesland. Geen stress, zei ik tegen mezelf. Je hebt nog vier hele dagen om te supercompenseren. Komt goed. Maar ik bleef hangerig. Futloos. Zal ik misschien maar niet starten…? schoot het een paar keer door m’n hoofd. Nee joh. Niks aan de hand. Woensdag voel je je goed, let maar op.
Het NK-rondje in Winsum was namelijk wel echt een rondje voor mij: niet zo technisch, gewoon gas geven. Dat kan ik, bleek in maart al in de Energiewacht Tour, toen ik op praktisch hetzelfde rondje derde Nederlandse werd. Ik ging er niet vanuit dat dat nu weer zou lukken, maar een top-5 positie leek me toch wel haalbaar. Bij een goede dag.
Maar toen ik het startpodium af rolde en aanzette, voelde ik het al. Nee. Geen goede benen. Och, dacht ik nog, je moet gewoon even warm draaien. In de daaropvolgende kilometers bleek dat niet de kwestie. Mijn benen deden meteen pijn. En dan niet de pijn van de power die eruit komt. Die power was er gewoon niet. Af en toe wierp ik een blik op mijn hartslag. Nope. Ging niet hoog genoeg. Hoe ik ook probeerde. En de versnelling die ik draaide was minstens twee tanden kleiner dan wat ik normaal rond krijg. Kom op! Je kunt het! Kom op!, herhaalde ik steeds maar op het ritme van mijn hijgen. Ik schakelde bij, probeerde te versnellen. Maar het ging niet. Mijn benen leken wel van taaie kauwgom.
De finish was een regelrechte verlossing. Kwijl droop van mijn kin. De inhoud van mijn maag kwam omhoog, ik kon het niet terug slikken en maakte vlekjes kots op mijn pak. Zelden heb ik zo afgezien, ondertussen wetende dat het zinloos was. Ik finishte als 13de. Zo’n beroerde tijdrit heb ik nog nooit gereden. Zelfs vier jaar geleden niet, in mijn eerste jaar als wielrenster, toen het NK mijn allereerste tijdrit ooit was, op een fiets die ik helemaal niet kende en waarop ik vierkant door de bocht ging.
Zelfs al is er een duidelijke verklaring voor deze prestatie ver onder mijn niveau, ik heb mezelf wel even een paar uur uitgescholden. Loser. Met je smoesjes. Ga je diep schamen. Daarin blijven hangen heeft weinig zin natuurlijk. Laat ik m’n energie maar richten op herstellen, proberen goed te eten en hopen dat het zaterdag in Kerkrade beter gaat. Fingers crossed!
Foto: Jos Kafoe
Marijn | 19 juni 2013 | 1 Comment »





English






