Vrouwenvoetbal op leven en dood

Ze ijsbeert langs de lijn. Met een zware stem roept ze aanwijzingen naar haar elf vrouwen in het veld. Vera Pauw, icoon als het aankomt op vrouwenvoetbal en tot dit weekend bondscoach van de Zuid-Afrikaanse damesploeg.

Graag was ik bij de redactievergadering van Studio Sport geweest waarin tot deze reportage besloten werd. Hoe zal die verlopen zijn? Misschien ben ik te negatief, maar ik denk zo: Een zucht. Vrouwenvoetbal. We moeten er echt wat mee, want de kwalificatieduels voor het WK van volgend jaar in Canada worden op dit moment gespeeld.

Een samenvatting van Schotland – Nederland? Mweh. Willen onze kijkers niet zien op zondagavond. Weet je wat? We sturen iemand naar Namibië. Daar wordt Zuid-Afrika – Ivoorkust gespeeld. Als Zuid-Afrika deze wedstrijd verliest, rolt de kop van Vera Pauw. Zoveel is al duidelijk. Oké, interessant. Doen we.

In plaats van een sportjournalist stuurde Studio Sport Afrika-correspondent Bram Vermeulen naar de wedstrijd. Want hoe moeilijk kan een verhaaltje over vrouwenvoetbal nu helemaal zijn. Of Vermeulen heeft zijn verhaal zelf aangeboden aan Studio Sport. Dat kan ook. Opgelucht dat er iemand met een onderwerp over vrouwenvoetbal aankwam, werd er meteen ja gezegd – zonder goed door te vragen naar de inhoud…

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 27 oktober 2014

Tags:

De armen van Brama

Schermafbeelding 2014-10-21 om 12.23.23In een ver verleden werkte ik voor Holland Sport. U weet wel, dat programma met petje op petje af. In een ver verleden, toen Wout Brama nog een aanstormend talent bij FC Twente was. Hij had een fantastisch seizoen, had net gedebuteerd in Oranje – en hij was te gast in ons programma.

Nu moet u weten dat we meestal nogal worstelden met voetballers in de uitzending. Want de meeste voetballers hebben, om eerlijk te zijn, nogal moeite met meer dan twee zinnen achter elkaar uitspreken. Laat staan een boeiend verhaal vertellen.

Zo niet Wout Brama. Hij schudde de ene na de andere anekdote uit de mouw. Over hoe hij eigenlijk geneeskunde had willen studeren. Dat deed zijn broer ook, maar die was al 28 en nog stééds niet klaar en ja, de kans om op het hoogste niveau te voetballen krijg je maar één keer. Dan maar geen dokter worden.

Of over hoe hij in een meubelzaak in Oldenzaal stond. Zijn telefoon ging. Hij had eigenlijk geen zin om op te nemen, want het zou wel weer een journalist zijn, maar de nieuwsgierigheid won het. Bleek het de teammanager van Oranje. Of hij zo snel mogelijk naar Noordwijk wilde komen. En daarom had hij dus nog steeds geen nieuwe stoelen.

Mijn collega Laura begeleidde Wout achter de schermen. Op zeker moment kwam ze met hoogrode konen de redactieruimte binnen. O, bracht ze nog net uit: zijn armen… Ze bleek Wouts bovenarm even te hebben aangeraakt. En die was kennelijk nogal gespierd. Zo gespierd dat we Laura de rest van de avond koelte moesten toewuiven. Vanaf toen waren de armen van Wout minstens één keer per dag onderwerp van gesprek.

U begrijpt: ik vind het mooi dat Wout naar ons PEC komt. Want ik hou van voetballers die wat te melden hebben. En die lekkere armen, vooruit, die zijn een niet onprettige bijkomstigheid.

Verschenen in De Stentor, 18 oktober 2014
Foto: screenshot Holland Sport

Tags:

Waaierrijden op de apenrots

10486364_770396036339315_7294259651418370200_nIn principe huldig ik het principe van gelijkheid tussen man en vrouw. Vrouwen moeten dezelfde kansen als mannen krijgen, vind ik. Omdat vrouwen evenveel waard zijn. Niet omdat ze gelijk zijn. We kunnen zeggen van wel, maar het is niet zo. Vrouwen hebben een totaal andere instelling dan mannen.

Ik generaliseer nu even hè, maar ga eens een clinic wielrennen geven. De stemming voor aanvang in een groep vrouwen: ze zijn allemaal bang dat ze het niet kunnen. Ze vrezen dat ze niet sterk genoeg zijn. Dat ze de groep tot last zullen zijn. Mannen denken precies het tegenovergestelde: zij kunnen alles al. Deze zomer gaf ik een clinic aan een groep mannen in een winderige polder. Een vriendengroep. Twee keer per week fietsen ze met elkaar, liefst zo hard mogelijk door de wind. Maar dat ging veelal mis: het niveauverschil was aanzienlijk, dus de sterkste fietsers losten de wat langzamere broeders steevast. Niet leuk voor de snelsten, want die moesten steeds wachten. En niet leuk voor de zwaksten, want die zwalkten continu achter de groep aan.

Ik kwam een minicursus waaierrijden geven. Dat betekent: met een groep zo hard mogelijk door de wind fietsen, kop over kop, daarbij gebruikmakend van de kracht van de sterksten om ook de mindere mannen op hoge snelheid te laten meedraaien.

Goed waaierrijden is een kunst. Het vergt oefening en vooral: rekening houden met de anderen in de groep. Degene die op kop komt, hield ik de mannen voor, wacht een heel belangrijke taak: niet versnellen. Het is o zo verleidelijk om een tandje bij te schakelen als het lege asfalt zich ineens voor je uitgestrekt. Maar doe je dat, dan kan de vermoeide man die net van kop komt niet meer achter aansluiten en trek je de waaier uit elkaar. Dus. Niet snokken, heren. Of ze dat begrepen hadden? Dat hadden ze begrepen.

We gingen oefenen. En alsof ik niks gezegd had, snokten de vier…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 20 oktober 2014

—————————————————

En ik was vandaag ook nog te gast in En Dan Nog Even Dit, over de lancering van #weownyellow en enge spinnen:

Tags: ,

Sinds Anna een ironman is, is alles makkelijk

10461630_10152115535442142_6489943080907839476_nLang blond haar heeft ze, en een mooi gezicht. Haar nagels zijn altijd netjes gelakt, je ziet haar nooit zonder make-up en haar favoriete schoenen zijn pumps. In haar Ryanair-pakje is ze het klassieke beeld van een stewardess. Een vrolijke stewardess, want ze lacht altijd. En ze houdt geen seconde haar mond. Dat is mijn Finse vriendin Anna ten voeten uit.

Aan haar moest ik denken toen ik gisteren las dat de Australische Mirinda Carfrae het wereldkampioenschap triatlon, de ironman van Hawaii, won. Carfrae zwom 3,8 kilometer, fietste 180 kilometer en rende ruim 42 kilometer in negen uur en vijfenvijftig seconden.

Ik kan bijna niet onder woorden brengen hoe buitenaards ik die prestatie vind. Ik ben zelf atleet, maar ik kan me niet voorstellen dat ik mijn lichaam negen uur lang tot het uiterste zou drijven. Dat ik naast fietsen, mijn sport, ook nog een uur zou zwemmen, laat staan een marathon lopen.

Mijn vriendin Anna kan zich dat wel voorstellen. Sterker: ze deed mee aan een ironman. Deze zomer, in Nice. Zij, de blonde kletskous die er in de verste verte niet uitziet als een atleet. Toen ze me vertelde wat ze van plan was, was ik sprakeloos. Ik had wel eens met haar gefietst en wist daardoor dat ze, nou ja, niet echt hard fietsen kan. Ze heeft er de aanleg noch het lijf voor. Maar Anna vond dat ze er klaar voor was, na een keer een kwart en een halve triatlon gedaan te hebben.

Ik bleek niet de enige met twijfels, want toen Anna…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 13 oktober 2014
Foto: Facebook

Tags:

Ga vroeg, verras de rest, zie alleen de streep

foto(287)“Als je geen sprinter bent, ga dan vroeg. Neem zelf het initiatief, verras de concurrentie. Als je gaat, blijf dan naar de streep kijken. Laat je niet afleiden door de renners naast of achter je. De streep. Dat is je doel. Focus je daarop.”

De woorden echoën in mijn hoofd op het moment dat Daniel Martin in de laatste kilometer van de Ronde van Lombardije een late demarrage plaatst, of heel vroeg aan zijn sprint begint – het is maar hoe je het bekijkt.

Het zijn de woorden van Neil Martin, de vader van Dan. Tijdens onze uren op de fiets, afgelopen winter, heeft Neil me veel geleerd over wielrennen. Over koerstactiek. En over hoe je als niet-sprinter een wedstrijd kunt winnen. Dezelfde lessen als hij zijn zoon Dan ooit gaf kreeg ik, terwijl we door de heuvels rond het Spaanse Girona fietsten.

Al is hij al jaren geen prof meer, ik ken geen andere mannen van 54 die zo fit zijn en zo graag fietsen als Neil. Ik ken ook weinig mensen die het leven zo omarmen als hij. In de Britse regen zitten vindt hij tijdverspilling. Daarom woont hij met zijn vrouw Maria in Girona. Hun zoon Dan woont om de hoek. Elke dag trekt Neil erop uit met zijn fiets. Moeiteloos peddelt hij de trainingsritten van de profs mee.

Maar deze winter fietste Neil vooral met mij. Elke avond stuurde hij…

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 6 oktober 2014

Tags: