Mijn Kerstwens? Een nieuwe heup!

CLICK HERE FOR ENGLISH

IMG_9913Wat ben ik toch een stumper. Ik heb het namelijk voor elkaar gekregen om het enige dat je wél goed kunt doen als je een aangeboren heupafwijking hebt, namelijk fietsen, ook niet meer te kunnen. Tenminste, niet op hoog niveau.

Inmiddels zijn mijn racefiets en ik zo’n zeven jaar met elkaar getrouwd. Zes van die zeven jaar rijden we samen in het professionele vrouwenpeloton rond. Tot groot genoegen van beiden.

We staken de kop in het zand voor onze groeiende huwelijksproblemen. Een jaar of vier geleden merkte ik het voor het eerst. Het begon met kleine pijntjes rondom mijn rechterheup. Als ik ging hardlopen, bijvoorbeeld. Of als ik een stuk had gewandeld. Ik dacht nog: ach, als wielrenner moet je ook niet hardlopen. Of wandelen. Dus stopte ik daarmee.

Sluipenderwijs werden de pijntjes erger. Had ik er ook last van na een middagje shoppen of een avond bij een concert staan in mijn off-season. Dus stopte ik daar ook maar mee. Slenteren of staan is sowieso niet goed voor een wielrenner, hield ik mezelf voor.

Inmiddels heb ik al twee jaar zoveel pijn in been, heup en rug dat ik er regelmatig niet van slapen kan. Een lange autorit, een bioscoopbezoek of een vliegreis zijn kwellingen. Luie stoelen een verschrikking. Beter zit ik op een rechte stoel, of op de grond. Zo lang ik mijn heuphoek negentig graden hou is er weinig aan de hand. Onderuitzakken is een garantie voor een snel opstekende, zeurende pijn.

De pijn komt en gaat. Op sommige dagen heb ik weinig last. Op andere dagen voelt het alsof mijn heup totaal geblokkeerd is. Dan kan ik alleen maar trekkebenend lopen. Dat doet dan zoveel pijn dat de honderd meter naar mijn supermarkt al onoverbrugbaar is. Traplopen lukt bijna niet, laat staan dat ik een sprintje kan trekken als het buiten plenst van de regen.

Vorig jaar hebben we, na een uitgebreide rondgang door de medische molen, ontdekt dat een aandoening genaamd ‘heupdysplasie’ de oorzaak van mijn kwalen is: de kop van mijn bovenbeenbot zit niet goed in de kom van mijn heup. Vaak wordt dat al op babyleeftijd ontdekt en dat is ook de reden dat je soms een baby ziet met een hardplastic broekje dat de beentjes uit elkaar houdt – want op die leeftijd kan het nog gefixt worden. Bij mij is die afwijking over het hoofd gezien toen ik zo klein was.

Het gekke is: op de fiets heb ik nauwelijks pijn. Sterker: op dagen dat ik veel last heb, verdwijnt dat juist als ik op de fiets stap. Fietsen is vaak ook het advies aan mensen met deze heupklachten. Want het is niet zwaar voor je gewrichten. Maar heel veel fietsen, zoals ik doe, is geen goed idee gebleken. De kop van mijn beenbot is door al het trainen miljoenen malen tegen de kom van mijn heup aangeschuurd – en dan krijg je beschadigingen. Slijtage.

Een heel team van artsen, fysiotherapeuten, osteopaten en chiropractors heeft mijn klachten de afgelopen jaren draaglijk weten te houden. Intussen vertelde ik niemand iets, want praten over een onherstelbaar beschadigde heup vind ik niks aan. Het past niet bij een topsporter. Als mensen vroegen waarom ik trekkebeende, mompelde ik wat vaags. Op de fiets ging het toch goed? Nou dan.

Maar natuurlijk merk ik ook tijdens het fietsen wel dat ik een groeiend heupprobleem heb. Dit seizoen train ik met een wattagemeter die de druk op het linker- en rechterpedaal apart meet. Daardoor weet ik dat mijn ene been structureel 20 Watt meer levert dan het andere. Daarbij zie ik ook in de cijfertjes terug dat ik behoorlijk aan piekvermogen ingeleverd heb: in de sprint trap ik ongeveer 150 Watt minder dan voorheen. Dat is veel. Veel teveel om op het hoogste niveau te koersen.

Dus ik ga met pensioen. Het is tijd om me te laten opereren, want zo gaat het niet langer.

Natuurlijk vertel ik iedereen dat het tijd is voor nieuwe dingen in het leven. Voor nieuwe avonturen. Dat ik daarom stop. Dat is ook zo. Maar helaas is mijn heup ook een belangrijke reden. Als je niet meer kunt presteren zoals je van jezelf gewend bent, dan is dat frustrerend. Om nog te zwijgen over elke wandeling, avondjes in de luie stoel of nachten in bed die zo pijnlijk zijn dat ik ze liever oversla. Dat kun je niet meer afdoen met ‘ik ben wielrenner, dus het is niet erg’. Dan ben je gewoon gehandicapt.

Mijn koersjaren zijn voorbij. Ze hebben mijn leven onbeschrijflijk en onvergetelijk veranderd. Daar kan geen heupkwaal tegenop. Ik zal altijd blijven fietsen, ook met een nieuwe heup. Omdat fietsen het mooiste is en blijft wat er bestaat.

Verschenen in cycling.be, september 2015
Foto: John Kuijsters

Sorry, comments for this entry are closed at this time.

Tags: