Licht aan het eind van de tunnel

Giro Donne etappe 2: Pescocostanzo – Pescocostanzo, skioord op 1400 meter hoogte nabij Rome. Bergetappe, 91 km. Weer voor vertrek: bewolkt. Weer na vertrek: mist en regen. Eerste 40 kilometer: afdaling over provinciale weg.

Precies waar de afdaling echt begint, hangt een loodgrijze wolk. Dikke spetters komen ons tegemoet. We rijden de wolk in. Het regent nu echt. De weg wordt spekglad, daar kun je donder op zeggen. Dat gebeurt altijd met Italiaanse wegen die lang niet nat zijn geweest.

Na een paar kilometer dalen duiken we een lange, schaars verlichte tunnel in. Hoewel ik mijn oranje slecht weer-lenzen in m’n zonnebril heb gedaan, zie ik niet veel. Het gaat keihard naar beneden door de tunnel. Ik durf m’n zonnebril niet af te doen, uit angst voor onverwachte manoeuvres van mederensters waar ik niet adequaat op zou kunnen reageren als ik de bril in een van mijn zakjes aan het frommelen ben, of onzichtbare gaten in de weg waar ik liever met twee handen aan het stuur doorheen stuiter dan met maar één.  Het enige wat ik denk is: stuur goed vasthouden, kiezen op elkaar, rechtdoor. Aan het eind van de tunnel is het licht. Toch voel ik me in de hel beland.

Als we de tunnel uit schieten en weer in het volle licht komen, is het zicht nog steeds beroerd: ook hier hangt de dikke regenwolk. En het regent ook hier, harder zelfs. Vieze druppels van de wielen voor me spatten op m’n zonnebril. Ik zie steeds minder. We dalen nog steeds in bloedvaart in de mist, ik durf m’n zonnebril nog steeds niet af te zetten maar ‘m wel naar het puntje van mijn neus te schuiven. Dat zit irritant, maar ik heb weer zicht en dat is het belangrijkste.

De weg draait naar links, en meteen zie ik rensters remmen, zwaaien en schreeuwen. O nee hè. Ik rem en stuur voorzichtig de bocht in. Daar liggen ze, krabbelen ze razendsnel overeind, wegglijdend op hun koersschoenen op de gladde weg om te maken dat ze uit de lijn van het in bloedvaart dalende peloton komen. Eén renster ligt languit op haar rug op straat. Stil. Ik word koud van schrik. Dan steekt ze haar hand op. Gelukkig.

Iedereen lijkt enorm geschrokken, het afdalen gaat ineens een stuk georganiseerder en rustiger. Dan zijn we beneden. Er gaat een zucht van verlichting door het peloton. Dit was niet leuk. Na de koers vertelt mijn tellertje me dat ik maximaal 79.8 km/u heb gehaald in deze afdaling. Brr. Ben ik even blij dat ik dat onderweg niet gezien heb.

Ik finishte als 37ste. Bekijk hier het filmpje van deze tweede etappe!

Vandaag reden we in de schitterende Marche de etappe Potenza Picena – Fermo. Mijn benen waren afschuwelijk slecht en de vele korte klimmetjes bijzonder steil. Ik kwam in een van de busjes binnen, met een minuut of twintig achterstand.

Foto: @nynke

Sorry, comments for this entry are closed at this time.