Kattenkoppen

159712660.pczuCsha.sized_CO1H4941Of koersende vrouwen niet ontzettende kattenkoppen op de fiets zijn. Die vraag hoor ik regelmatig. Vrouwen zijn allemaal konkelende slangen, in meer of mindere mate, denken de meeste mannen.

Ik moet u wellicht tot uw teleurstelling bekennen dat wij elkaar niet krabben of aan de haren trekken op de fiets. Tenminste, dat heb ik nooit meegemaakt. Schelden doen wij wel. Maar dat doen onze mannelijke collega’s ook. Niks bijzonders als er op het scherpst van de snede gestreden wordt. Een tik of al te ferme kwak wordt ook bij ons geregeld uitgedeeld. Vaker misschien wel dan in het mannenpeloton, waar elke beweging – en dus ook elke overtreding – door de camera geregistreerd wordt.

Maar verder is mijn ervaring dat het typische vrouwengekat op het hoogste niveau in het vrouwenwielrennen nauwelijks voorkomt. Als er gescholden wordt, dan worden daar na de finish excuses voor gemaakt. Je komt elkaar de week of soms zelfs de dag erop weer tegen. Dikke kans dat je ooit eens ploeggenoten wordt. Dan kun je beter een goede relatie met je concullega’s onderhouden. Zo professioneel zijn we wel.

Professioneel, ja. Dat zijn we voor mijn gevoel ieder jaar een beetje meer, als vrouwenpeloton. Het niveau schiet omhoog, evenals de kwaliteit van de materialen en de grootste ploegen hebben inmiddels zelfs bussen tot hun beschikking. Daar tegenover staan de kleinere ploegen, die het vaak moeten doen met campingstoeltjes op straat. De verschillen zijn nog groot.

Daarom verbaasden, zo niet schokten de reacties op het in maart uitgekomen CIRC-rapport me des te meer. Nee, ik doel niet op de opnieuw opgelaaide discussie over doping. Ik bedoel de reacties op de handvol uitspraken over het vrouwenwielrennen.

Ik parafraseer nu wielerschrijfster Mariska Tjoelker, die het voor de website Het is koers! veel beter onder woorden bracht dan ik nu zou kunnen:

“Op pagina 70 vertelt de Cycling Independent Reform Commission dat haar ter ore is gekomen dat het vrouwenwielrennen de afgelopen jaren op bar weinig ondersteuning kon rekenen. Dat zal geen wenkbrauwen doen fronsen.

Maar dan.

De commissie schrijft verhalen te hebben gehoord over rensters die financieel werden uitgebuit. En – naar verluidt – seksueel. Seksueel en uitgebuit. Twee woorden die je niet in één zin tegen wilt komen.

De commissie gaat nog even door trouwens, over dat vrouwenwielrennen. Over dat er managers afkomstig uit het mannenwielrennen in rondlopen – of liepen. Op zich geen probleem, denkt u dan. Tot u het vervolg van de zin leest: mannen die niet voldoende kwaliteit hadden voor een functie in het mannenwielrennen.

Nog meer?

Nou, vooruit dan.

De overduidelijke mogelijkheden die het vrouwenwielrennen heeft, werden in de kiem gesmoord door een door mannen gedomineerde sport die het potentieel van het vrouwenwielrennen niet doorzag.

Iedere zin die het CIRC-rapport aan het vrouwenwielrennen besteedt, ademt ongelijkheid. En of het dan inderdaad gaat om seks in ruil voor een plek in een ploeg of in de selectie van een wedstrijd – of om ordinair misbruik, gewoon omdat de gelegenheid zich voordoet, dat maakt dan eigenlijk niks meer uit. Wat wel uitmaakt, is de macht en de soms wagelijke oneerlijkheid aarvan. Wat wel uitmaakt, is dat niemand het erover heeft. Niemand.”

Precies dát is wat me zo schokte. Want ook na publicatie van het rapport, had op Mariska Tjoelker na niemand het hierover. De discussie ging voor de triljoenste keer over doping, maar NIEMAND had het over de conclusies die de commissie met betrekking tot het vrouwenwielrennen trok.

Niemand vroeg aan mij of ik me in het verhaal van de commissie herkende, geen enkele vrouwelijke collega werd geïnterviewd, nul andere columnisten schreven er een verhaal over.

Misschien maak ik hier een miscalculatie hoor, en is doping gewoon een kwestie van veel groter belang dan seksueel misbruik en schrijnende ongelijkheid.

Mocht het u interesseren: ja, ik ken managers in het vrouwenwielrennen die ons te min vinden. Alleen maar met ons optrekken omdat ze het als opstapje naar het mannenwielrennen zien, of omdat ze er veel geld mee verdienen. Nee, ik heb zelf geen seksueel misbruik meegemaakt – maar ik ken de verhalen en geruchten wel.

Al is het maar een handvol uitspraken, ik ben ontzettend blij dat de Cycling Independent Reform Commission aandacht aan dit onderwerp heeft besteed. Want het is een onderwerp waarover vrouwen moeilijk praten, uit schaamte, uit gekwetstheid. Maar zolang we hier niet over praten, zullen we in professionalisering achterblijven. En dat ligt niet aan ons. Dat ligt aan de hierboven beschreven ‘managers’.

Of wielrensters schelden wilde u weten? Jazeker. Nu: flikker op uit onze sport, stelletje ongelooflijke eikels. We kunnen jullie missen als kiespijn. ROT OP.

Verschenen in cycling.be, april 2015
Foto: Krist Vanmelle

Sorry, comments for this entry are closed at this time.

Tags: