Bijnaam

schaapHet begon met Mandarijn, toen ik nog klein was, om voor de hand liggende redenen. Vooral buurjongen Patrick vond het leuk om Mandarijn tegen me te zeggen. Dat kon ik natuurlijk niet over mijn kant laten gaan, dus werd het Mandarijn en Perzik.

Mijn volleybalteam in Groningen noemde me Skippy. Omdat ik altijd een vreugdesprongetje maakte als ik scoorde. Kennelijk zag dat er nogal kangoeroe-achtig uit.

Vorig seizoen gaf onze mechanieker bij AA Drink me de bijnaam Bambi. Hij heeft me maandenlang zonder mijn medeweten zo genoemd. Toen ik het eenmaal ontdekte, stikte hij bijna van het lachen. Bambi! Lange benen en onhandig. Maar ik vond het niet oncomplimenteus, want Bambi is ook schattig en heeft van die mooie grote ogen. En met lange benen is niks mis, immers.

Vorig weekend in Drenthe kwam ik de bewuste mechanieker tegen, hij riep “Hee Bambi!” en ik keek nog meteen om ook. Zo ingebakken blijkt de bijnaam. Maar inmiddels heet ik geen Bambi meer. Nee, hier bij Lotto-Belisol hebben ze me Schaap gedoopt.

Nu vraag ik jullie. Schaap. Na nauwelijks één dag samen doorgebracht te hebben hadden ze al een sticker met Schaap erop naast de sticker met mijn naam op m’n frame geplakt. “Dat is omdat je lief bent en van die leuke krulletjes hebt”, luidde de uitleg.

Nou, ik weet niet hoor. In dat voornoemde volleybalteam zeiden we niet voor niets ‘Een schaap is ook lief, maar daar doe je het ook niet mee’ als het over lelijke maar lieve mannen ging. Bij Schaap heb ik weinig positieve associaties – en niet enkel om die reden. Ik bedoel: schapen zijn toch gewoon duf. Rare jongens, die Vlamingen.

Hoewel. Dit weekend is er opnieuw een naam bijgekomen, weeral uit Belgische hoek, maar stukken treffender moet ik toegeven. De mechanieker van dienst was ditmaal de geestelijk vader. Hij zag me voor de zoveelste keer met mijn iPhone in mijn hand. Dus jullie raden het al. Mijn nieuwste bijnaam luidt Tweety.

Sorry, comments for this entry are closed at this time.