Weg klassement, dankzij Hotel Rex in Tarbes

1024px-Fly-past_Bastille_Day_2013_Paris_t104027Ik kan mijn ogen niet van zijn dunne armpjes afhouden als Daniel Martin het gat naar de kopgroep zó dicht poeft. Binnen de kortste keren overbrugt hij op Col d’Aspin een kloof van drie en een halve minuut. Je moet wel zulke dunne armpjes – en trouwens ook beentjes en billetjes – hebben om zo snel te kunnen klimmen. Alleen vedergewichten fladderen als vlinders omhoog.

En je moet ook goed geslapen hebben. Dat heeft Martin blijkbaar gedaan, want hij sluit niet alleen bij de kopgroep aan maar wint ook nog even het bergsprintje alsof het niets is. Ik knik goedkeurend: dat ziet er stukken beter uit dan de vertoning van eergisteren, op de klim naar La Pierre-Saint-Martin.

Toen haakte Martin al op twaalf kilometer onder de top af. Hij moest wachten op medekopman Andrew Talansky, maar, gaf hij later toe, had zelf ook niet de benen om met de besten mee te kunnen. De derde kopman, Ryder Hesjedal, was een kilometer daarvoor al gelost. Een belabberde prestatie voor mannen die normaal gesproken toch bepaald niet als pannekoeken omhoog rijden. Daaaaag, algemeen klassement.

Dat het in de eerste bergrit zo mis ging bij Cannondale-Garmin, daar heb ik een theorietje over. In de aanloop naar de klim leek het allemaal nog mooi. De drie kopmannen werden perfect uit de wind gehouden door onze landgenoten Dylan van Baarle en Sebastian Langeveld. Kilometers lang sleurden zij op kop, harder en harder, tot de beklimming echt begon. En daar ontploften Hesjedal, Martin en Talansky vrijwel meteen.

Het zou me niets verbazen als dat komt door Hotel Rex. Hotel Rex is…

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 17 juli 2015
Foto: wikimedia commons


Post a Comment

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.

Tags: ,