Wat je allemaal wel niet met een bidon kan doen

IMG_8884Als uitgeknepen mandarijntjes komen ze deze dagen over de finish, de renners in de Tour. Volledig uitgedroogd. Het zal me niks verbazen als ze van dichtbij helemaal rimpelig zijn, de huid korstig en vol barstjes.

Het is zo verzengend heet in Zuid-Frankrijk dat het peloton bijna levend gekookt wordt. Bij een valpartij op het gloeiende asfalt zijn de schaafwonden meteen ook derdegraads brandwonden – zie Jean-Christophe Péraud, die vrijdag zijn linkerflank open schuurde en daarna als een halfgebakken rosbief verder reed.

Het vocht is niet aan te slepen. Bij temperaturen richting de veertig graden moeten renners minstens vier bidons per uur drinken. Vier uur koers maal negen renners betekent zo’n honderdvijftig stuks per ploeg per dag. Arme soigneurs, die ’s ochtends al die drinkbussen vullen moeten.

Waarom dragen renners geen Camelbaks, vroeg een vriend van me. Van die rugzakjes met een rietje. Veel handiger. Je kunt er makkelijker uit drinken en er kan meer in, dus knechten hoeven niet steeds heen en weer te crossen naar de ploegleiderswagen om hun trui vol bidons te stoppen.

Geen slecht idee, ware het niet dat de internationale wielerunie het niet toestaat. Fränk Schleck hing eens zo’n ding op z’n buik tijdens een tijdrit, maar omdat het aërodynamisch voordeel oplevert, werd hem verboden er later in de Tour mee te rijden.

En eerlijk is eerlijk: bidons zijn ook…

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 20 juli 2015

Sorry, comments for this entry are closed at this time.

Tags: ,