Trouwen met je fiets

schaduwfietsenLaatst kwam ik op de fiets een legerarts tegen. Ze was net terug van een missie, ze had een paar maanden in een conflictgebied gezeten. In het kader van haar privacy treed ik niet verder in detail, maar dat hoeft ook niet voor dit verhaal.

De legerarts en ik fietsen samen op, we praten. Of eigenlijk: zij vertelt. Ze vertelt dat de uitzending een fantastische ervaring was. Ja echt, fantastisch – ze heeft dan ook nauwelijks ellende meegemaakt, gelukkig. Wat de missie zo geweldig maakte, is dat het een uitzonderlijk intense ervaring was.

Ze zou zo weer willen gaan. Maar dat doet ze niet. Ze is namelijk verloofd. Wil je het risico niet nog een keer aan, vraag ik, denkend aan gesneuvelde soldaten in conflictgebieden. Ze lacht. Nee, een legerarts is altijd op de basis – het risico is niet de reden.

De reden ligt heel ergens anders. Je zou denken dat je dolgelukkig bent om na zo’n lange tijd zonder elkaar weer thuis te komen, vertelt ze, maar eenmaal terug moest ze enorm wennen aan haar verloofde. Je hoort het misschien niet hardop te zeggen, zegt ze, maar eigenlijk was het helemaal niet leuk om weer terug te zijn. Dat kwam omdat ze de mensen waarmee ze op missie was geweest vreselijk miste. Met hen was ze zo intens samen geweest, die periode in het conflictgebied. Dat kon ze nauwelijks uitleggen, laat staan delen met haar aanstaande man.

Het grappige is – of eigenlijk is het helemaal niet grappig: ik herken dat verhaal. Natuurlijk is wielrennen niet te vergelijken met als militair op missie gaan. Maar je bent als wielrenner wel ook veel weg. Wekenlang ben je van huis voor etappekoersen of trainingskampen. Zeker in wedstrijden maak je met je team een heel intense tijd door: je zit 24/7 op elkaar lip, je presteert op de toppen van je kunnen, je wordt moe, je bent door het dolle bij successen en je bent enorm verdrietig om nederlagen. Alle gevoelens zijn sterker dan in het ‘normale’ leven, omdat je continu op het randje leeft, op het scherpst van de snede.

Na een etappekoers kwam ik altijd met een dof gevoel thuis. Bij aankomst op Schiphol begon dat al: een klein zwart gat waar ik hoe dichter ik bij huis kwam steeds verder ingezogen werd. Dat kwam omdat ik door het intensieve presteren uitgeput was, een leeggelopen ballonnetje. Maar het kwam ook omdat ik mijn ploeggenoten ineens niet meer om me heen had. Zo leeg voelde dat.

Terwijl ik soms in de laatste dagen van een wedstrijd echt een hekel kreeg aan mijn kamergenoot. Alles stoort je als je moe bent en al zo lang met elkaar opgescheept zit: elk kuchje, ieder geluidje, alle rommeltjes; alles.

Maar nog erger is de plotselinge leegheid. Mijn vriend kon die niet opvullen. Ik moest letterlijk afkicken voor er weer ruimte was voor nieuw contact – contact met degene met wie je je leven deelt. En dat is heel gek. Het is niet uit te leggen. Komt nog bij dat alles wat je zo intens met je ploeg beleeft tijdens zo’n koers ook al niet uit kunt leggen. Het is een gevoel dat niet onder woorden te brengen is.

Dus ja, ik begrijp eigenlijk wel dat veel relaties stuklopen als wielrenners de fiets aan de wilgen hangen. Mannen zijn nog veel meer van huis dan hun vrouwelijke collega’s. Ze hebben datzelfde gevoel van intens samen zijn met mensen die niet hun levenspartner zijn nog veel langer en vaker.

De thuisblijvers beleven intussen ook van alles. Dingen die je als renner in de roes van een etappekoers vaak onbenullig in de oren klinken. Dan is het verduiveld moeilijk – zo niet schier onmogelijk – om écht met elkaar in contact te blijven.

Wil je je relatie goed houden, dan is de enige oplossing misschien wel de keuze die de legerarts maakte. Niet meer op missie gaan. Of op etappekoers. Maar welke wielrenner heeft dat er nou voor over. Ik had dat niet. Des te knapper vind ik de beslissing van de fietsende legerarts: niet trouwen met je werk. Maar met je lief. Daar word je uiteindelijk ook veel gelukkiger van. Denk ik.

Verschenen in cycling.be, februari 2016

Sorry, comments for this entry are closed at this time.

Tags: