Slome slak op de fiets

Ook nu ik geen prof meer ben, ben ik gewend om lekker door te fietsen. Oké, ik train niet meer echt, dus de hardheid is er wel vanaf. Ik ben niet meer zo extreem mager als in mijn proftijd; ik ben wat aangekomen en een gewone vrouw op de fiets geworden. Maar doorrijden doe ik nog steeds graag.

Een duurritje met een gemiddelde van dertig kilometer per uur zonder echt moe thuis te komen; ik draai er mijn hand niet voor om. In de winter gaat dat gemiddelde wel een beetje naar beneden, maar langzamer dan gemiddeld achtentwintig rij ik eigenlijk nooit. Vorig jaar, m’n eerste jaar als ex-prof, fietste ik ruim twaalfduizend kilometer. Vooral met de handjes op het stuur. Heerlijk.

Dat was ook weer mijn plan voor dit jaar. Tot ik half januari op de fiets zat en dacht: wat is er toch aan de hand? Heb ik een lekke band? Lopen mijn remmen aan? Ik was met een vriend aan het fietsen, en hoewel we eerder een laag dan een hoog tempo reden, was ik continu buiten adem. Aan het stoempen. Er leek wel dikke stroop aan mijn wielen te zitten. En bij thuiskomst hadden we nauwelijks een gemiddelde van zevenentwintig op de teller.

Liefst had ik zelfs nog langzamer gefietst, maar de vriend in kwestie is een fanatieke fietser en voor hem was dit al een übersloom ritje. Net als voor mij, trouwens. De dag erop ging ik alleen fietsen. Weer had ik datzelfde stroperige gevoel en kwam ik terug met een beschamend gemiddelde. Ik begreep er niks van.

Tot… tot een paar dagen later het streepje op de zwangerschapstest ineens blauw kleurde. Nou ja, eigenlijk begreep ik toen nog steeds niet waarom ik zo langzaam was, want wist ik veel dat zo’n groeiende baby in je buik zoveel energie opslorpt dat je meteen voor geen meter meer vooruit komt. Dat leerde ik in de dagen en weken erna, toen fietsende vriendinnen met kinderen me lacherig vroegen hoe het op de fiets ging.

En een honger dat ik had! Als oud-prof weet ik wat honger is, tijdens trainingsweken van ruim vijfentwintig uur. Maar die honger viel in het niet bij wat me nu overkwam. Ik had het gevoel dat ik mijn buik maar niet gevuld kreeg. Ik vrat me door bergen voedsel heen.

Laat het maar lekker gebeuren, zeiden de paar mensen die het inmiddels wisten. Geniet er maar van. En: je moet nu zéker niet op de lijn gaan letten. Nou, ik vond er dus echt helemaal niks aan: ik voelde me dik en onfit. En ik vreesde ons fietsreisje in Spanje, een fietsreis voor vrouwen, die ik zou begeleiden. Hoe moest dat nou goed komen?

Het fietsen zelf viel mee, bijhouden ging prima. Wel zat ik om de haverklap in de bosjes – en dacht steeds: dat moeten die vrouwen toch doorhebben? Het was nog te vroeg om te vertellen wat er aan de hand was, dus ik riep maar wat over een klein blaasje en fietste lachend verder.

Op de laatste dag reden we de laatste kilometers over een glooiende weg: korte klimmetjes, kleine afdalingen. We genoten van de zon, kletsten wat weg – tot we herrie achterop hoorden komen. Vijf bokito’s stoven ons met veel misbaar in een afdalinkje voorbij. Automatisch haakte ik mijn fiets aan, net als de twee vrouwen die op dat moment samen met mij reden. De mannen keken over hun schouder en schudden met hun kont als wilden ze ons op die manier kwijtspelen. Wij bleven zitten.

Het ging weer omhoog. Ik zat in het laatste wiel en voelde dat de mannen echt niet snel reden. Hun lichaamstaal was daarentegen imposant. Ze bliezen nog net niet naar me. We daalden weer. Hierna zou een laatste steil hupsje komen, wist ik. En ondanks mezelf voelde ik de competitiedrang opwellen. Het treintje kwam aan de voet van de helling, en ik demarreerde uit het laatste wiel. De mannen probeerden te volgen – slechts één slaagde daarin. Maar halverwege moest hij toch lossen.

Bovenaan stopte ik om op de twee vrouwen te wachten. De eerste bokito kwam boven en reed zo dicht langs me dat hij me bijna een schouderduw gaf. De tweede bokito spuugde hard hijgend voor mijn voeten. De derde reed zo’n beetje over mijn tenen, en hoewel ik jaaaaaaahooooorrr dacht gierde ik inwendig van het lachen.

Ze moesten eens weten, dacht ik, die sneue gasten: vernederd door een vrouw? Nee, nog veel beter: vernederd door een zwangere vrouw!

Verschenen in cycling.be, april 2017


Post a Comment

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.

Tags: