Pijnstillers in het peloton

Waalse Pijl 2011 vrouwenLaatst kwam ik op internet een berichtje tegen: pijnstillers gebruiken tijdens het sporten, dat is geen goed idee. Door de pijn van een blessure te onderdrukken, maak je het vaak alleen maar erger. Zo logisch als twee plus twee vier is, zou je zeggen. Of toch niet?

Het bericht slingerde me een paar jaar terug in de tijd. Naar de Waalse Pijl in 2011, toen ik viel en mijn pols brak, met nog tien kilometer te gaan tot de finish. Ik voelde me beresterk die dag. We hoefden alleen de Muur van Huy nog op. In gedachten was ik al aan de voet, mentaal zat ik al in het slotgevecht.

Plots werd er geremd. Ik remde ook, mijn achterwiel blokkeerde. Mijn fiets gleed weg. Klats. Ik lag. Stond weer op. Bloed gutste uit mijn elleboog, ik kon niet precies zien wat er kapot was, maar het liep in straaltjes langs mijn arm. Pijn deed het niet, dat deed mijn pols.

De ploegleider stopte naast me. Hij zag mijn elleboog en zwaaide dat de ambulance moest stoppen. Nog voor het peloton bovenop de Muur gefinisht was, lag ik al in het ziekenhuis even verderop. Naast de gebroken pols bleek de huid op mijn elleboog zo ver open gesprongen dat je het bot zag. De ploegleider keek gefascineerd mee terwijl de wond werd schoon geschrobt en gehecht. Er kwam gips omheen, van hand tot schouder – over de hechtingen heen.

Dat gaat de komende dagen flink pijn doen, zei de ploegleider, terwijl hij naar een apotheek reed. Ik kreeg een zak vol pijnstillers. Tramadol. Hier heb je wel even genoeg aan, zei hij, en wat je over hebt kun je mooi gebruiken in tijdritten.

Na twee seizoenen in het peloton was ik inmiddels wel bekend met het slikken van pijnstillers voor een tijdrit. Maar ik had het nog nooit gedaan. Want tot dan toe had ik nooit tramadol – de pijnstiller die ‘iedereen’ gebruikte – tot mijn beschikking gehad.

Aan het einde van dat seizoen reed ik als laatste koers de Chrono des Nations, in Frankrijk. Een tijdrit waar ook Jeannie Longo meedeed. Dat moet zo’n beetje haar laatste wedstrijd zijn geweest, daarna heb ik haar nooit meer ergens gezien – maar op dat moment dacht ik er alleen maar aan dat ik koste wat kost voor haar wilde finishen. Ik bedoel: een oma die sneller was, dat kon echt niet.

Qua pijnstilling had ik me goed voorbereid: ik had niet alleen tramadol, maar ook cafeïne. Van alle wielrenners om me heen had ik gehoord dat dat de beste combinatie was. Pillen slikken voor een tijdrit voelde wel wat vreemd. Maar, dacht ik: het is gewoon toegestaan volgens de dopingregels. Dus waarom niet? Als anderen het ook deden, zou ik wel gek zijn om het zelf niet te doen – want dan was ik automatisch al in het nadeel.

Lang verhaal kort: ik versloeg Jeannie Longo. Met meer dan een minuut. Ik reed een tijdrit waar ik erg tevreden mee was. Direct na de wedstrijd stapten we in de auto, naar huis. Na een uurtje rijden kwam de klap. De pillen waren uitgewerkt. Het voelde alsof er een vrachtwagen over me heen gereden was. Mijn armen, mijn benen, mijn rug: alles deed pijn. Ik wist niet waar ik het zoeken moest.

In de jaren die volgden is pijnstillergebruik in het peloton flink ter discussie komen te staan. Tramadol is inmiddels not done, bij sommige ploegen moet je zelfs een contract tekenen dat je het niet gebruiken zult. Toch nemen nog steeds veel (vooral mannelijke) renners niet alleen voor tijdritten, maar elke dag een ‘finalebidonnetje’, met een mengsel van pijnstillers en cafeïne.

Natuurlijk zoek je als professioneel atleet de grenzen op, binnen wat mag volgens de dopingregels. Ook ik. Terwijl ik echt wel wist dat je met een combinatie van pijnstilling en cafeïne dwars door je eigen grenzen heen gaat en dingen kapot maakt, zelfs als je niet geblesseerd bent.

Na mijn ervaring in de Chrono des Nations heb nog wel eens pijnstillers en cafeïne genomen voor een tijdrit, maar nooit meer met zoveel overtuiging. Ik nam het ook wel eens niet. Maar dan vroeg ik me altijd af of ik niet sneller geweest was mét – en baalde ik achteraf dat ik niks genomen had. Wat ik ook deed: ik kwam er niet uit, had er nooit een goed gevoel over.

Precies daar zit ‘m de crux. Zelfs als je binnen de dopingregels blijft, is de wil om te winnen vaak toch groter dan de wetenschap wat goed voor je is.

Verschenen in cycling.be, maart 2016
Foto: Waalse Pijl 2011, Cor Vos

Sorry, comments for this entry are closed at this time.

Tags: