Marijn is schrijfster

Omdat mooie verhalen verteld moeten worden, schrijft Marijn ze op, voor kranten en tijdschriften.

Ze heeft een wekelijkse column in Trouw en maakt er maandelijks een voor cycling.be. Daarnaast schrijft ze voor Pedala Magazine, het blad voor vrouwen die fietsen.

In het verleden werkte Marijn voor Holland Sport, HP/De Tijd, Radio 1 en het Jeugdjournaal.

—————————————————————————————————————————————

Een beetje Sagan in je leven

Een kennis van mij, ik had hem al een tijd niet gesproken, stuurde een berichtje. Dat hij best spannende tijden beleefde, want hij stond op het punt vader te worden. Van zijn eerste. Weten jullie al of het een jongetje of een meisje wordt, vroeg ik hem. Een jongetje, antwoordde hij, de nieuwe Sagan, haha. Ik reageerde verbaasd, want ik ken hem vooral als een groot voetbalfan. Sagan ja? Niet Ronaldo of zo? Hij schreef terug dat dat ook goed was, natuurlijk. “Maar ik zou hem wel graag een beetje Sagan in de opvoeding willen meegeven.”

Peter Sagan. Hij is nog maar 26, maar hij heeft het wat mij betreft al tot wielerlegende getrapt. Waar begon dat eigenlijk mee? Ik weet het niet zo goed meer. Ja, zijn overwinningen, natuurlijk. Hij rijgt ze aaneen als kralen aan een lange ketting. Of althans: dat duurde even. Want ik ben al die tweede plekken in de Tour de France echt nog niet vergeten. Desondanks bleef hij aanvallen. Elke dag opnieuw. Reed hij zichzelf volledig leeg, en zag wel waar het schip strandde. Vaak genoeg ergens halverwege. Of vlak voor de finish. Maar hij bleef het doen. Als een nieuweling, als een veulen dat in de lente voor het eerst weer naar buiten mag, als een renner die zijn allereerste koers rijdt.

Het lachend demarreren, het spelen met de concurrentie. Met de neus op het voorwiel naar beneden, zo hard dat niemand durft te volgen. Het gaat hem alleen maar om het spel, niet om de knikkers, lijkt het wel. Als je zo koerst ga je winnen. Uiteindelijk. En hoe. Sinds hij voor het eerst wereldkampioen werd, in Richmond weet u nog, met zo’n typische Sagandemarrage, lijkt het wel alsof alles wat hij aanraakt verandert in victorie. Maar eigenlijk wilde ik het daar niet over hebben. Want eigenlijk zijn het vooral zijn streken waaraan ik denk, de streken die ik als een film voorbij zie trekken als ik de naam Peter Sagan hoor.

De wheelies, bijvoorbeeld. O ja, de wheelies! Op het vlakke, bergop, met losse handen: als er iemand wheeliekampioen is, is het Peter Sagan wel. Een overwinning viert hij het liefste met een wheelie. Binnen de tijd binnenkomen in de bus viert hij met een wheelie. Een dag zonder regen viert hij met een wheelie. Nieuwe fiets? Wheelie. Zege van een ploeggenoot? Wheelie. Er is altijd reden voor een wheelie bij Sagan. Of voor een groen sikje. Ha, ja! Die herinner ik me nu ineens. Dat malle groene sikje, passend bij de groene trui die hij zo’n beetje altijd draagt. Op de fiets dan hè.

Want zonder fiets draagt Sagan heel andere dingen. Een Willy Wonka-outfit bijvoorbeeld, op het UCI gala, afgelopen jaar. Compleet met wandelstok en hoed. Of een Oosters sprookjeskostuum, toen hij in het huwelijk trad met zijn Katarina. Hij leek Peter de Grote wel. Samen wierpen ze witte duiven in de lucht. En hij koorddanste op een fietsje. Ja echt! Ik kwam niet meer bij toen ik die foto zag. Bij ieder ander zou je denken: doe niet zo belachelijk. Maar van Peter pik je het. Omdat het er geweldig uitziet. Omdat hij er zonder enige vorm van zelfspot op zit, op dat fietsje en dat koord, in zijn tsarenkostuum.

Soms denk ik wel eens: zo kun je toch niet echt zijn. Als ik hem weer eens met een radiografisch bestuurbare auto in de weer zie tijdens de Tour. Of als hij een interview geeft, met dat gekke stemmetje (Ey Frrrroomey, how arrr you?) van hem. Dan denk ik: dit moet een act zijn. Dit moet bedacht zijn door een marketingbureau, een slimme pr-man, die zegt: Peter, doe dat maar, dat vinden de mensen leuk. Maar een act hou je niet zo lang vol. En geen enkele pr-man bedenkt Grease nadoen, samen met Katarina. John Travolta en Olivia Newton-John, met mal dansje en al. Ik wist niet of ik moest lachen of huilen: het was tenenkrommend en hilarisch tegelijk.

Peter Sagan is de enige die wegkomt met het in de bil knijpen van een rondemiss. Ja, er was veel gedoe over, en terecht. Maar je vergeeft het hem ook weer meteen. Het komt door die ogen, die veel te eerlijk en te gretig de wereld in kijken, op zoek naar weer iets nieuws om uit te vreten, naar iets anders geks om te doen. Je verbaast je nog over het een, maar Sagan is alweer bezig met het ander. Winnen als Forrest Gump. Winnen als the Wolf of Wall Street, met geneuried liedje en al. Winnen als de Hulk.

De extra uitleg van mijn kennis over zijn Sagan-opvoeding was eigenlijk overbodig. “Gewoon heel veel plezier hebben in de dingen die hij doet. En niet bang zijn om te verliezen.” Ja. Een beetje Sagan in de opvoeding. Een beetje Sagan in je leven. Dat wens je toch iedereen toe.

Verschenen in cycling.be, januari 2017

De tranen van Sanne spraken boekdelen

Zeg maar niet tegen Marianne Vos dat ik haar de wereldtitel net iets minder gunde. Ik hou dat liever geheim. Misschien omdat ik me er een beetje voor schaam. Misschien ook omdat ik me er niet eens bewust van was dat ik vond dat iemand anders meer recht op de regenboogtrui had. Ik bedoel: Vos is terug. Zó sterk, na zo'n moeilijke tijd. Hoeveel mooier wil je het hebben?

Maar stiekem, onwillekeurig, gunde ik de Belgische Sanne Cant de wereldtitel veldrijden net iets meer. Dat ontdekte ik pas toen Sanne eenmaal gewonnen had. Languit in de modder lag ze, haar fiets als een kindje zo dicht tegen zich aan. Het gezicht bespat met modder, de ogen dichtgeknepen en de mond vertrokken van hijgen en pijn. Iemand, een vrouw, probeerde haar helm los te gespen.

Even later, toen ze rechtop zat met haar handen voor het gezicht, hoorde je Cants uithalen. Huilen, met lange teugen. Ik moest denken aan al die keren dat het Sanne net niet gelukt was. Vorig jaar verloor ze van Thalita de Jong. Het jaar daarvoor van Pauline Ferrand-Prevot. En verder won Vos. Altijd maar Vos.

Ik moest denken aan die keer dat Sanne zich daar geïrriteerd over uitsprak. Ze baalde van deze wegwielrensters die nauwelijks in het veld reden, maar tijdens het WK even de regenboogtrui kwamen ophalen. En de kruimels aan de echte vrouwen van de cross lieten, aan de vrouwen die week in week uit...

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 30 januari 2017

Ode aan het jongetje in het achterveld

Dit is een ode aan het jongetje met een kamer vol posters en een dekbedovertrek van Messi. Het jongetje dat met open mond de onnavolgbare dribbels van de Barcelona-ster bewondert. Maar weet dat hij zelf nooit een Messi zal worden.

Dit is een ode aan het jongetje dat elke vrijdagavond z'n voetbalsokken al klaarlegt, met z'n scheenbeschermers ernaast. Het jongetje dat door de week af en toe even over het frisgewassen voetbalshirt in zijn kledingkast aait. Niet omdat hij een topvoetballer zal worden.

Dit is een ode aan het jongetje dat ervan geniet om tussen zijn teamgenoten in de auto te zitten, op weg naar een uitwedstrijd. De jongens om hem heen zijn opgewonden. Ze schreeuwen ervan, en kunnen niet stilzitten. Hij heeft ook kriebels in z'n buik, maar kijkt liever toe. Zonder iets te zeggen.

Hij is het jongetje dat op voetbal zit, omdat hij het zo gezellig vindt met zijn vriendjes. Het jongetje dat steevast in het achterveld wordt opgesteld, op een rustig plekje. Dat vindt hij prima. Als je het hem eerlijk zou vragen, dan zou hij misschien toegeven wat hij elke wedstrijd weer denkt: dat hij de bal liever niet aanraakt. Soms kan hij er niet aan ontkomen en schopt hij onhandig...

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 23 januari 2017

Overzicht