Leven als een prof

IMG_5191Ze gooien je er helemaal dood mee, al die wielrenners die in de winter trainen in zonnige oorden. Foto’s overal, op twitter, op Facebook, op instagram. Gekmakend moet het zijn, als je op je werk achter de computer zit, met de regen die tegen de ramen slaat en de wind die rondom het kantoorgebouw jaagt.

Ik ben een van die wielrenners. Ik zit deze winter zeven weken in Girona, Spanje. Ook ik doe aan doodgooien met foto’s. Dat geef ik grif toe. Ik deel mijn prachtige leven graag.

Steeds vaker krijg ik zure reacties. Reacties als: Ja ja. Wij maar werken en jij een beetje fietsen daar. Of: Het is niet eerlijk dat jij gewoon in de zon kunt fietsen als jij daar zin in hebt en ik niet. Met je luxe leventje.

Op zich snap ik die reacties wel. Als je graag fietst, dan baal je er gewoon van als het telkens maar snertweer is. Dan ben je jaloers als je foto’s van zonovergoten heuvellandschappen ziet.

Hoe graag zou ik zulke mannen – het zijn altijd mannen die zo reageren, vrouwen schrijven doorgaans sympathieker commentaren – willen wakker schudden en zeggen: als je dit ook wilt, dóe het dan! Want wie echt wil, kan net als ik de hele winter op een prachtige plek fietsen. No shit! Ik zal uitleggen waarom.

Om te beginnen. Dat ik een luxeleventje leid, is een groot misverstand. Natuurlijk, er zijn wielrenners die geld verdienen als water. Dat zijn mannen. Slechts een enkele vrouw wordt rijk van fietsen, of kan er zelfs maar op een normale manier van rondkomen. Het grootste deel van het vrouwenpeloton verdient weinig. En als ik weinig zeg, dan bedoel ik ook echt weinig.

Ik noem mezelf prof, maar financieel ben ik dat echt niet. Ik leef enkel als een prof. Graag zou ik vertellen hoeveel ik per maand krijg voor het fietsen, gewoon, om u een idee te geven. Maar uit respect voor mijn sponsors doe ik dat niet. Toch kunt u ervan uitgaan dat er niet meer dan twee nullen achter mijn maandelijkse ‘salaris’ staan. Ik kan er de brandstof mee betalen om naar koersen te rijden. Mijn trainer. En sporadisch een keer een massage. Dan is het wel zo’n beetje op.

Dat betekent dat ik erbij moet werken. Deze column is geen ‘schnabbel’, zoals ik wel eens naar mijn hoofd krijg – maar bittere noodzaak. Omdat ik aan het leven als een prof weinig concessies doe, heb ik maar beperkte tijd om te werken. Dat is niet erg, dat betekent gewoon dat ik geen dure spullen heb. Dat ik niet vaak nieuwe kleren koop. Dat ik niet groot woon. En dat ik mijn sponsors koester.

(Zo dank ik bijvoorbeeld mijn sponsor Autoservice Van Bruchem uit Zwolle op mijn blote knietjes. Als hij me niet een prachtige Suzuki Swift liet rijden, had ik een probleem.)

Met mijn universitaire opleiding, achtergrond als journalist en vrij unieke ervaring als topsporter, kan ik met gemak een baan krijgen waarmee ik veel meer verdien. Maar dat wil ik niet. Omdat wielrennen mijn passie en mijn leven als wielrenner fantastisch is. Ik heb er zelf stap voor stap voor gezorgd dat ik het werk dat ik naast het wielrennen doe, kan doen op een tijd en plaats die ik wil. Lang leve het internet – zonder internet had ik in de winter niet wekenlang in Spanje kunnen zitten. En lang leve het minder dure leven in Spanje – want ook mijn verblijf in zonniger oorden moet ik gewoon zelf organiseren en bekostigen.

Geluksvogel, krijg ik ook vaak in reacties te horen. Ja, ik voel me een geluksvogel. Omdat ik gezegend ben met een lichaam dat kan wielrennen op hoog niveau. Verder heb ik er heel hard voor gewerkt om te leven zoals ik doe – en ik werk er nog steeds hard voor. Ik daag alle mannen die daar zuur op reageren uit: je hebt het zelf in de hand. Creëer je leven zoals jij wilt. Het kost tijd, het is niet altijd makkelijk en het is hard werken. En soms is het sappelen, genoegen nemen met minder. Maar het kan. Want als ik het kan, dan kan jij het ook.

Wat is belangrijk, uiteindelijk? Veel geld op je rekening, dure spullen om je heen, een grote auto onder je kont en mopperen omdat er wielrenners zijn die in de zon fietsen? Of iedere dag wakker worden, je blij herinneren dat je de hoofdrolspeler in je eigen meisjesboek bent en zelf in die zon gaan fietsen? Ik bedoel maar. Ik droom niet over mijn leven. Ik leef mijn droom.

Verschenen in cycling.be, februari 2015

» Andreas said (5 mrt, 2015) :

Ik vind het dapper dat je de stap hebt durfen zetten, en gun je het van harte!
De zure piepers en klagers missen zelf vaak het doorzettingsvermogen om de uren en de offers te maken om zover te komen. Niks van aan trekken, gewoon genieten!
Ik wens je nog veeeeeeele mooie ritten in de zon, en een volle prijzenkast.

» Jurgen said (5 mrt, 2015) :

Hear hear, jij hoofdrolspeler-in-je-eigen-meisjesboek, hear hear!

» Bart Linssen said (5 mrt, 2015) :

je hebt helemaal gelijk. En iedereen kan een paar weken vakantie nemen om in zonnigere oorden te gaan fietsen, dat doe ik zelf ook

» Hans de Groot said (5 mrt, 2015) :

Een diepe buiging en ik neem hiervoor mijn fietshelm af.

» Jacob Wijnstra said (5 mrt, 2015) :

Een Chinese generaal zei ooit: elke reis van 1000 mijl begint met de eerste stap. Juist die eerste stap is degene die de meesten nooit durven zetten. Iedereen heeft de mogelijkheid of kan een kans creeeren (ja, kansen krijg je niet, die creeer je) om die allereerste stap te zetten, maar de meesten doen dat niet en zeuren alleen maar jaloers over degenen die dat wel hebben gedaan.

» Hendri said (6 mrt, 2015) :

het is je gegund 🙂
mooie column, mooie inspiratie voor iedereen die het heeft over persoonlijk leiderschap. jij laat zien dat je er niet over moet praten, maar het moet doen!
en hopelijk komt er een moment dat je nog steeds in de zon fiets en een passend salaris hebt van iets met 3 nullen. waarschijnlijk sta je dan breed grijnzend op de foto’s 🙂

» Maurice Hol said (9 mrt, 2015) :

Mooi stuk! Die zuurpruimen zijn over het algemeen de mensen die hun luxe leventje niet durven op te geven voor hun passie…

» edwin schut said (28 okt, 2016) :

hartstikke gaaf Marijn, stoer wat je doet diep respect en laat de mensen maar kletsen


Post a Comment

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.

Tags: