Dag 55 || Heupie New Year

Kijk. Zo zie ik er nu uit van binnen.

IMG_1963

 

Vooral als ik op de fiets zit, moet ik daar vaak aan denken. Dat het deel dat mijn been laat draaien en bewegen *NEP* is. Gek is dat, en bijzonder, dat ze dat kunnen. De artsen. Alles werkt zonder haperen. Ik voel er niks van.

Vanochtend was ik in het ziekenhuis voor controle, acht weken na de operatie. De orthopeed aarzelde even of hij wel de juiste patiënt voor zich had, zo soepel kwam ik aangelopen. Samen bekeken we de foto hierboven. Hij legde uit waaraan je kunt zien dat de prothese er heel goed in zit. Hij zei dingen als: ga gewoon lekker alles weer doen. De kans dat er nu nog iets mis gaat, is nihil. En: gebruik je heup in de toekomst maar mooi alsof het geen nepper is.

Want ik had natuurlijk allerhande vragen daarover. Kan ik weer wedstrijden rijden, zijn de trekkrachten dan niet te groot? Niet dat ik het per se wil, maar ik wil gewoon weten of het kan. Kan ik volleyballen, wat ik vroeger zo graag deed? Andere balsporten doen? Schaatsen, skiën? Allemaal geen probleem, was het antwoord. Wij controleren jou gewoon iets vaker dan oudere mensen die niet meer zo actief zijn, en mocht er dan iets aan vervanging toe zijn, een kapje of zo, dan zijn we er op tijd bij.

IMG_1981Natuurlijk had ik dit gehoopt, maar bij het hardop horen was mijn opluchting groot. Als je zo snel revalideert dat een heel team fysio’s er niet altijd raad mee weet, is het fijn om bevestiging te krijgen van een specialist. Want ik moest nog best voorzichtig doen, met fietsen, met lopen, met alles. Voor de zekerheid. Volgens het normale protocol zou ik namelijk pas morgen volledig zonder krukken mogen lopen, dus ik snap de voorzichtigheid van de fysio’s wel. Ik ben er blij mee: better safe than sorry.

In plaats van op krukken lopen, rij ik inmiddels alweer twee weken op mijn racefiets. Echt waar. Het is ZO heerlijk. Ik denk soms zelfs dat de winter speciaal voor mij aarzelt, zodat ik genieten kan met volle teugen – al maak ik maar korte ritjes op lage intensiteit, uit voorzichtigheid.

IMG_1982Ik werk hard aan mijn herstel. Ik volg een uitgebreid kracht- en stabiliteitstrainingsprogramma. Drie keer per week ben ik ongeveer anderhalf uur bezig, onder begeleiding van mijn fysio’s. Sinds een week of twee doe ik eindelijk weer oefeningen die zwaar zijn, waar ik spierpijn van krijg, kortom: waardoor ik me weer sporter voel.

Vorige week heb ik zelfs even hardgelopen. Op een loopband. Hardlopen! Jaren niet gedaan! Dat voelde gek. Maar ook tof. Ik had geen last. En toch aarzelden de fysio’s. En ik met hen. Zeven weken zat de prothese er nog maar in. Gaan we niet te snel?

Nee, de orthopeed vindt dus van niet. Hoera! Ik kan weer echt gaan bouwen aan mijn conditie en vorm. Met een beetje hulp natuurlijk. Nee, ik ga geen wedstrijden rijden, maar ja, ik wil eind februari wel weer lekker fit zijn. Zodat ik kan genieten van mooie fietstochten in Spanje, de reisjes die ik begeleiden ga én de fantastische monsterrit die je met me kunt fietsen, in mei tijdens de Giro.

Mijn revalidatie is nog niet afgerond. Maar vandaag voelt wel als een mijlpaal. Ik heb groen licht, 2016 ligt aan mijn voeten. Ik weet nu al: dat wordt een heupie new year!

Tags:

Dag 37 || Topsportmentaliteit

IMG_1603Ik ben een proefkonijn voor mijn fysiotherapeut. Ze heeft al veel mensen met een nieuwe heup geholpen, maar nooit eerder begeleidde ze een topsporter die zo – hup – vers vanuit haar carrière een heupprothese kreeg. Alle protocollen en boekjes met regels kunnen de prullenbak in, want ik revalideer als een speer. Blijkt.

We zitten nu op vijf en een halve week na de operatie. Voor uw beeld: op dit moment zou ik volgens de boekjes nog een paar dagen met twee krukken moeten lopen en dan vanaf volgende week met één. Maar ik loop al weken zonder. Traplopen, fietsen, autorijden, krachttrainen: ik doe het allemaal weer, terwijl ik het nog lang niet hoor te kunnen.

Gelukkig begrijpt ze me goed. Ze is zelf ook topsporter geweest. Ze kijkt per sessie wat ik alweer kan en daar bouwen we op verder. Ik ga met sprongen vooruit en kan elke afspraak alweer heel veel meer dan de afspraak ervoor. Op dit moment begin ik me zelfs weer bijna sporter te voelen, nu ik spierpijn heb van het planken en opdrukken. De apparaten in de sportschool voor de benen ga ik allemaal af. Ik doe de oefeningen zelfs al met één been. Mag officieel pas vanaf week tien.

Ik squat en balanceer op één been op een bosubal en doe wel tien verschillende oefeningen voor mijn bilspieren. Als een oefening niet goed gaat, ga ik net zo lang door tot het wel lukt. Topsportmentaliteit, knikt mijn fysio dan goedkeurend. Elke dag ben ik wel een uur met alle oefeningen bezig, plus nog een uur met lopen. Of fietsen. Minimaal.

Hoe snel mijn revalidatie ook gaat, het gaat natuurlijk nooit snel genoeg. Toen ik nog niet fietsen mocht, zeurde ik eindeloos wanneer dat wel weer mocht. Dan lachte mijn fysio: topsporters zijn ook zo ongeduldig! Inmiddels fiets ik alweer twee weken.

En nu zeur ik wanneer mijn racefiets eindelijk van stal mag. Officieel nog zeker vijf weken niet, want diep zitten is iets wat ik dan pas weer voorzichtig hoor te gaan doen. Maar ik krijg zadelpijn van die stadsfiets, ik wil zo graag op mijn dunne bandjes en dat diep zitten gaat alweer prima. Dus ik zeur. Het werkt, want we gaan volgende week mijn racefiets proberen. Met beleid hoor – mijn fysio zou er niet aan beginnen als het echt niet kon.

En het mooiste is dat wat ik doe dus geen zeuren heet, maar topsportmentaliteit.

Tags:

Dag 36 || Mooier dan je denkt

12241637_1047426451996853_888257772589518730_nSinds ik weer kan lopen beleef ik dingen.

Zo wandelde ik vorige week door de stad. Het was bijna middernacht. Op een verlaten kruispunt stond een man. Hij keek zoekend rond, tot hij mij zag. Snel stak hij over, in gebrekkig Engels vroeg hij de weg naar Nieuwleusen. Op een papiertje had hij een adres.

Ik pakte mijn iPhone en liet hem op google maps zien hoe ver het nog was, ruim vijftien kilometer, die kant op. Hij had geen fiets of auto. Maar voor ik had kunnen vragen hoe hij dacht het te vinden, midden in de nacht, zonder navigatie, had de man mijn handen gepakt om me met een buiginkje te bedanken. En weg was hij.

Ik liep ook door. Aarzelde. Keek achterom. Een vluchteling, op zoek naar zijn familie…? Ik zette nog een paar passen en belde toen Frank, die ik vrijwel niks hoefde uit te leggen. Een paar minuten later zaten we in de auto en binnen de kortste keren zagen we de man lopen. In de auto vertelde hij dat hij uit Roemenië kwam en met de trein naar Nederland gereisd was om een Opel Astra te kopen. In Nieuwleusen. Met een TomTom had hij het laatste deel van zijn route willen lopen, maar het ding was bijna meteen uit gegaan. Leeg.

Ze hebben daar nauwelijks tweedehands auto’s, alles wordt tot op de draad toe afgereden, vertelde Frank, die meer verstand heeft van de internationale autohandel dan ik. Vermoedelijk had de man voor een prikkie een afgekeurd brik gekocht. We zwegen, tot de Roemeen vertelde dat hij drie kinderen had. En dat hij erg lang onderweg was geweest. Hij was zo blij met de auto die hij morgen zou kopen. In Nieuwleusen trok hij een biljet van 20 euro – en moest bijna huilen toen we zeiden dat we dat echt niet wilden. Daarna liep hij dankbaar zwaaiend het stikdonkere garageterrein op.

Op de terugweg naar Zwolle vroegen we ons af of we hem niet onze bank hadden moeten aanbieden voor de nacht. Na enig beraad besloten we dat hij het buiten wel overleven zou – wie heeft er tenslotte niet eens een nacht op een station of vliegveld doorgebracht. Het was gelukkig niet koud. We vroegen ons af of we meer medelijden met een vluchteling zouden hebben gehad. Onze conclusie: nee. Als je zo’n reis achter de rug hebt, midden in de nacht in fakking Zwolle staat en je moet te voet naar Nieuwleusen, zonder navigatie, dan zit je gewoon in de shit.

In het ergste geval zou de man die we net afgezet hadden vannacht een auto stelen – en dan nog hadden we geen spijt van het ritje dat we hem aangeboden hadden, besloten we. Want als je de vijftig gepasseerd bent, drie kinderen hebt en nog zulke capriolen moet uithalen om aan een barrel van een auto te komen, dan verdien je niet meer dan een klein beetje hulp.

Ook deze week was ik aan de wandel, met een collectebus door Zwolle. Ik collecteerde voor mijn vriendin Tessa – voor het MS Fonds. Dat had ik nooit eerder gedaan. Ergens voelde ik schroom: bedelend langs de huizen. Er zouden vast veel mensen nee zeggen, al die collectes langs de deur steeds maar en wie kan z’n geld nu niet zelf goed gebruiken tegenwoordig. Deuren snel weer dicht en zo, en mensen die niet open durfden te doen omdat het al donker was – daar bereidde ik me op voor.

Maar bijna iedereen deed open. Glimlachte en gaf wat. Serieus: ik heb in die vier uurtjes zo vreselijk veel vriendelijke gezichten gezien. Het contact was kort, maar het was er. Contact tussen vreemden, die even iets minder vreemd werden omdat ze samen iets deelden: de zorg voor en om een ander. Een groet, een grapje. Steeds minder beschroomd vervolgde ik mijn weg.

Ik schrijf dit niet om eens eventjes te laten weten hoe zo’n goed mens ik ben, met m’n gecollecteer en getaxi voor verdwaalde Roemenen. Want ik ben geen goed mens. Ik scheid mijn groente- en fruitafval niet. Ik rij teveel in de auto en ben vaak agressief in het verkeer. Ik neem zonder dat het me echt iets schelen kan het vliegtuig. Ik snauw wel eens mensen af. En ik verzin smoesjes als ik in de winkelstraat aangesproken word door zo’n goededoelenmeisje, zodat ik snel verder kan.

Ik schrijf dit omdat er momenten zijn waarop ik het vertrouwen in de mensheid verlies. Als ik politici hoor roepen dat mensen die hun leven wagen op gammele bootjes omdat het gevaar thuis groter is dan het risico op verdrinken in de Middellandse Zee profiteurs zijn die een borstvergroting willen, criminelen die onze vrouwen verkrachten, terroristen.

Ik verlies het vertrouwen als ik op Facebook lees hoeveel mensen het hiermee eens zijn. Het zijn tegenwoordig niet alleen meer vreemden; zelfs mensen die ik ken denken er zo over, mensen die ik als aardig en sociaal heb leren kennen – en van wie ik niet begrijpen kan dat ze zo’n meedogenloze kant hebben. Ik bedoel: de basis is toch dat geen mens voor z’n lol vlucht. Hoe kun je dat nou niet zien?

Ik verlies het vertrouwen door kranten en opinieprogramma’s. Liefst laat ik ze links liggen, negeer ik het geroeptoeter waardoor het lijkt alsof er geen vriendelijkheid meer bestaat, alleen nog maar angst, wantrouwen en egoïsme. Maar ik lees en kijk wel, want ik wil weten wat er speelt in de wereld.

Ik schrijf dit omdat het in het echte leven godzijdank meevalt. Omdat je niet per se verkracht en beroofd hoeft te worden als je je ‘s avonds laat op straat laat aanspreken door een buitenlander. Ik schrijf dit omdat de meeste mensen aardig zijn. En redelijk. En behulpzaam. Soms ben ik wel eens bang dat ze niet meer bestaan. Maar de werkelijkheid is: de meeste mensen, die hoor en zie je gewoon niet op Facebook, in de media, of waar dan ook. Die doen er het zwijgen toe.

Al weken wandel ik door mijn wijk, die bekendstaat als de probleemwijk van Zwolle. Er wonen relatief veel buitenlanders en mensen met een laag inkomen. Ik loop in straten waar je beter niet komen kunt, zegt men. Maar juist in die straten heb ik het meeste contact. Met Antilliaanse mannen, zwaar gesluierde vrouwen, stuurs kijkende mensen met grote honden. Ze kijken me aan, glimlachen en groeten. Zij spreken stuk voor stuk het nare beeld dat de media uithoesten tegen, het beeld dat van lieverlee je wereldbeeld wordt.

Ik schrijf dit omdat ik nu weet hoe ik het sluimerende cynisme moet tegengaan: ik wandel mijn eigen stad in. Loop rond. En ontdek elke keer opnieuw dat de wereld mooier is en mensen leuker zijn dan ze je tegenwoordig laten denken. Echt. Wandelen, dat zouden meer mensen moeten doen.

Tags:

Dag 28 || Brand

IMG_1528Als de wereld in brand staat, voelt het vrij opgepast om over particulier gepruts in de marge – zoals een nieuwe heup – te schrijven. Toch drongen zich de afgelopen dagen los van algemene gevoelens van afschuw en verslagenheid allerlei particuliere gedachten aan me op. Zoals: zou ik weg kunnen rennen, mocht dat nodig zijn? Voor mijn operatie was dat zeker niet gelukt. Nu… vermoedelijk wel.

Het voelt belachelijk dat je iets vreselijks en groots als de gebeurtenissen in Parijs meteen op jezelf betrekt, maar het gebeurt onwillekeurig toch. Het is zelfs logisch. Als je Parijs meerdere malen bezocht hebt kun je je voorstellen dat je daar zelf was geweest, vrijdag. Omdat het te erg is om die gedachten uit te denken, denk ik liever aan Parijs zoals ik het ken.

Deze gedachten troostten mij toen ik dit weekend voor het eerst weer op de fiets zat. Het weer mogen fietsen had op geen beter moment kunnen komen; het fietsen zelf troostte mij. Ik ben nu nog veroordeeld tot een gewone fiets, maar fietsen is fietsen. Slechts 3,5 week na de operatie alweer rond peddelen schijnt ongelooflijk snel en knap te zijn, maar ik heb enkel mezelf als vergelijkingsmateriaal – dus het zal wel, ik weet niet beter.

Ik was er in ieder geval hard aan toe. Gezien de brand in de wereld klinkt het lijden aan een fikkie in je lijf nogal banaal, maar vorige week was ik even helemaal klaar met mezelf. Gewend aan veel bewegen als ik ben kriebelde en jeukte het overal, het leek net of er beestjes onder mijn huid krioelden. Wandelen was niet voldoende meer en niet leuk: het regende steeds. Ik voelde me opgesloten in mijn eigen huis. Gefrustreerd omdat ik mijn energie niet kwijt kon en omdat een revalidatie, hoe snel ‘ie ook verloopt, nooit snel genoeg gaat.

Frank maakte uiteindelijk een eind aan mijn gemopper en gescheld en nam me mee naar buiten. Kom. We gaan leuke dingen doen. We gingen uit lunchen, naar een draak van een romantische komedie, we kochten een berg nieuwe kleren – en daarna voelde ik me een stuk beter. Qua chagrijnverdrijving is niets vrouwelijks mij vreemd.

Vrijdagochtend maakte mijn fysio helemaal een eind aan de ellende. Op mijn vraag wanneer ik éindelijk weer mocht fietsen, noemde hij de datum van vandaag. Woensdag 18 november. Want dan kon hij me tijdens onze afspraak helpen en toekijken hoe ik op- en afstapte. Maar na even nadenken en met een blik op het zonnetje buiten, zei hij: op- en afstappen kun je zelf ook wel hè? Jaaaaaa, knikte ik. Nou, ga dan vanmiddag maar fietsen.

IMG_1473FullSizeRender(16)

Daar ging ik. Man. O man. Zalig.

En toen was het vrijdagavond en werden fietsen en mijn heup even het alleronbelangrijkste op de wereld. Inmiddels zijn we een paar dagen verder. En nu denk ik: ja. Laten we fietsen. De machteloosheid uit ons lijf laten waaien. Ik geniet van het buiten zijn, van mijn herstel en van alle kleine dingetjes die een voor een weer lukken. Omdat ik aan de rest toch niks veranderen kan.

Tags:

Dag 18 || Sokken aan

IMG_1347Schatje, red je het wel zonder mij? Frank is een nacht weg. Naar een feest. En alsof mijn wielercarrière nog gewoon voortduurt, blijf ik thuis.

Daar baal ik best van. Denk je eindelijk alles te doen wat je jaren niet ‘mocht’, kan het alsnog niet. Gelukkig is dat van tijdelijke aard. En ja, ik red me prima als Frank een nacht weg is. Want ik kan inmiddels al weer heel wat dagen alles zelf.

Alles? Niet helemaal. Dus ik antwoord: tuurlijk, schatje. Ik hou gewoon mijn sokken aan.

Dat is namelijk het enige dat ik nog niet kan. Mijn sokken aantrekken. Ik had sopoptrekkers of weet ik hoe die dingen heten bij de Thuiszorg kunnen huren, maar ik was lui en daarna laks en zo kwam het er niet van.

Het zit namelijk zo: als je een nieuwe heup krijgt, trekt de chirurg alle spieren en pezen en kapsels in dat hele gebied met grof geweld aan de kant. De boel wordt flink opgerekt. Na de operatie is dat dus slap. En dan kan je heup uit de kom schieten, als je bukt bijvoorbeeld, op een andere manier dan op je rug in bed ligt of zit met een hoek van negentig graden of kleiner tussen benen en romp.

Je heup uit de kom, dat wil je niet. Nee. Officieel duurt het zes weken voor alles weer helemaal strak om de heup zit. Bij mij gaat het wat sneller, dus onder begeleiding van de fysio speel ik al met die negentig graden-hoek. Maar ik hou me wel netjes aan het op je rug in bed liggen.

Serieus. Wat een ellende. Ik dacht dat ik een rugslaper was, maar niets blijkt minder waar. Na een uur of vier à vijf word ik wakker en doet mijn rug zoveel pijn dat ik niet meer kan slapen, hoe moe ik ook ben. Dan ga ik even op mijn buik liggen, dat door de verandering in spanning nog veel meer pijn in mijn rug doet – maar waardoor ik vaak nog wel een uur of twee op mijn rug liggen kan.

Maar dan is het echt afgelopen en moet ik opstaan. Bewegen. Ze zeiden dat op je rug slapen vanzelf went. Flauwekul. De pijn lijkt elke nacht erger te worden. De enige reden dat ik niet met wallen tot op mijn knieën rondloop, is dat ik overdag nog wel eens een tukje kan doen.

In het begin ging Frank met me mee, heel vroeg in de ochtend, een rondje door de wijk. Maar ik vond het zo zielig dat zijn nachtrust er ook onder lijden moest dat ik al snel in m’n uppie op pad ging. Dan maakte ik hem alleen wakker om mijn sokken aan te trekken.

Omdat je lief slapende mannen het liefst wilt laten slapen heb ik ook wel zonder sokken gewandeld – maar dat was eenmalig. Mijn voeten zitten nog steeds onder de blaren. Gelukkig gaat Frank zelfs in het holst van de nacht zonder mopperen voor me op zijn knieën.

Mijn ochtendwandeling zit er dus al weer lang en breed op – omdat ik gisteravond zo nozel was mijn sokken aan te houden. Nu ik erover nadenk: dat kan ik natuurlijk elke nacht doen. Hoef ik Frank ook niet meer wakker te maken. Want dat op z’n knieën gaan, dat heeft hij nu wel genoeg geoefend.

Tags: