Kansloos aanvallen op de Champs-Elysées

CK2B-DMWwAAMaHJ.png_largeDie keitjes. Zo glad. Alleen al de remmen raken kan fataal zijn. De andere renners. Te dichtbij. Een zwiepertje en je ligt op de grond.

De rit op de Champs-Elysées had je je toch anders voorgesteld. Gewoon droog, zoals het hoort. Een mooie parade. Een show, voor het publiek en voor jezelf. Een massasprint. Geen massaglijerij.

Het is surfen op het rubber van Parijse autobanden, slippen op zeepbellen van olie. Het publiek is er wel, maar je ziet geen armen in de lucht. Je hoort geen applaus. Alle handen zijn met iets anders bezig: een paraplu vasthouden.

Vijfenveertig gaat het. De kasseitjes schudden onder je wielen. Je benen trillen, je billen lillen, je armen zwabberen. Wegdekwater in je ogen. Zwart is het, een soepje van stof, olie en smog. Parijs bedekt je met vieze laag.

Chute! Je hoort ze gaan, gekraak en gekras. Geschreeuw. Een fiets glijdt voorbij. Je kijkt niet, rijdt door, geconcentreerd. Overeind blijven. Chute chute! Tien, vijftien renners, in een bocht. Woedende stemmen: kijk uit, niet weer, idioot! Je remt niet, voelt een schouder tegen je kuit, trekt je spieren aan – en bent er tussenuit gezwijnd.

Je gaat straks aanvallen. Dat hoort, op de Champs-Elysées. De kans dat je wegblijft is nul, want dit is Parijs, de stad van de machtige massasprints. Maar proberen moet. Voor de sponsor. En stiekem een beetje voor je familie thuis. Bij elke hoekig genomen glibberbocht zakt de moed je verder in de schoenen.

De laatste ronde. Je sopt op het…

LEES HIER VERDER (blendle)

Verschenen in Trouw, 27 juli 2015
Foto: twitter


Post a Comment

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.

Tags: ,