Hé buschauffeur!

We vinden onszelf zo’n fietsvriendelijk landje, maar hoe vaak ik al wel niet bijna dood gereden ben in Nederland is niet meer te tellen. Nee, dan Spanje. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen. Ik overwinter in de regio Girona en wielrenners zijn hier zo ongeveer heilig. In de steden staan verkeersbordjes waarmee ‘respect voor fietsers’ wordt gevraagd. In de buitengebieden staan grote borden met het verzoek om als automobilist minstens anderhalve meter afstand tot fietsers te houden.

Iedereen houdt zich eraan. Rij ik met een gangetje van twintig of minder een bergweg op, dan blijven achteropkomende automobilisten rustig een halve minuut achter me rijden. Of langer. Zonder te toeteren, te drukken of te grommen met het gaspedaal. Ze hebben geduld. Ze wachten tot het veilig is en passeren dan op ruime afstand, met gematigde snelheid. Soms steken ze zelfs hun duim nog op: goed bezig, dame!

Nee, dan Nederland. Ik ben me er zeer van bewust dat sommige wielrenners zich als idioten gedragen, maar in ruil daarvoor hoeven automobilisten ons toch niet bijkans af te maken. Op de Dellen ben ik al ontelbare malen de greppel in gereden door mafkezen met haast, die met honderddertig kilometer per uur op nog geen twintig centimeter afstand aan me voorbij razen. Terwijl er geen tegenligger te zien is en ze dus rustig iets meer afstand kunnen nemen. Hoeven ze niet eens hun voet van het veel te diep ingedrukte gaspedaal af te halen. Waarom doen automobilisten dat, vraag ik me iedere keer weer af. Vinden ze het lollig: een wielrenner doodsangst aanjagen? Is het een mij onbekende Nederlandse sport: zo dicht mogelijk langs een fietser scheren?

Als dat zo is, dan zijn buschauffeurs de onbetwiste kampioenen in die sport. Waarschijnlijk krijgen ze er een bonus van hun baas voor; ik me namelijk niet voorstellen dat iemand zulk asociaal gedrag zonder reden vertoont. Lekker het gaspedaal indrukken en vanaf de Nieuwe Have Brug in Zwolle de weg opdraaien als ik over de Burgemeester van Roijensingel nader, zodat ik vol in de ankers moet en nog net kan voorkomen dat ik over de voor de buschauffeur bedoelde haaientanden omver slip en onder de rijdende wielen van de bus terecht kom. Of mij doodleuk inhalen terwijl ik op de fietsstrook van diezelfde Van Roijensingel rij, zodat ik enkel het vege lijf kan redden door van de fiets te springen (Echt gebeurd! En niet één keer!) en mijn toevlucht tot de berm te zoeken.

Ik bedoel, beste meneren de buschauffeurs, met uw naar ik mag aannemen ruime werkervaring moet u toch weten: een bus en een fiets naast elkaar op de Burgemeester van Roijensingel, daar bij het zebrapad bij de GGD, DAT PAST NIET! Waarom rijdt u dan toch door? Waarom wacht u niet heel eventjes tot er ruimte is om te passeren?

Daarom denk ik dat ik die Spaanse verkeersborden maar meeneem als ik weer naar huis kom. Zet ik ze allemaal op de Dellen. En langs de Burgemeester van Roijensingel.

Verschenen in De Stentor, zaterdag 29 december 2012

» - 57 - said (2 jan, 2013) :

Ha, mevrouw de wielrenner,
U vergeet dat er ook mevrouwen de roekeloze buschauffeur zijn. Eentje daarvan, in Noord-Holland, leek het in 2012 speciaal op mij voorzien te hebben. Herhaaldelijk nam ze voorrang bij een rit door Alkmaar. Als je nog van die Spaanse borden hebt, zou ik er in ieder geval eentje in de busgarage in Alkmaar hangen…

» tip said (2 jan, 2013) :

je kan ook tijdstip locatie lijn-nr en/of bus-nr(staat achterop meestal 4 cijfers) door geven aan de betreffende maatschappij als alle (hard)fietsers dat doen leren ze het snel af ivm berispingen/ontslag 🙂


Post a Comment

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.

Tags: