Geen kassei, maar een trotse Drentse kei

Wat! Ik ben geen kassei! Ik ben een kei. En dat is heel wat anders. Ik lig in Drenthe, in de bossen. En niet in dat rare Vlaamse land. Gewoon onder de bomen, samen met duizenden andere keien, daar zo neergesmeten door de reuzen. Of door God. Door wie je wilt. Mij om het even. We liggen daar al eeuwen. Lekker rustig.

Die snoeverige Vlaamse stenen, of hun Franse evenknietjes, daar moet ik niks van hebben. De winter is nog niet half begonnen of het gaat alweer over hen. Over wie er in het voorjaar de sterkste zijn zal, fietsend op hun ruggen. En over hoe ze erbij liggen natuurlijk. Altijd over hoe ze erbij liggen.

Bij ons gaat het er nooit over hoe we erbij liggen. Want dat weet iedereen. Onze kontjes zijn bedekt met mos. Dat komt van de bomen. In het midden liggen we hoog, aan beide zijden laag. Dat komt van de eeuwen. Eeuwen vol karren over onze rug. Maar tegenwoordig is het stil. Nauwelijks nog karren. Op wat wandelaars na dan bijna geen bezoek. Behalve in dat ene weekend, die ene keer per jaar.

Dan is de Ronde van Drenthe en zijn wij ineens je van het. “Kijk, kasseien!”, roepen buitenlandse wielrenners. Ik wilde dat ik terugroepen kon: Hallo. Ik ben geen kassei. Ik ben een kei! De Nederlandse coureurs, zij weten…

LEES HIER VERDER (gratis)

Verschenen in Trouw, 13 maart 2017


Post a Comment

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.

Tags: