De man van het voorjaar

13316911_1080833675295548_6606910206854615915_oMijn man van het voorjaar is Mathew Hayman. Wat een verrassende winnaar, na een van de beste koersen die ik in jaren gezien heb. Wat een schitterend verhaal. En wat verdiend, na een carrière lang zo hard werken voor anderen.

Ik ben me ervan bewust dat ik, door dit zo zwart op wit te zetten, tegen enige Vlaamse schenen schop. Want natuurlijk had Tom Boonen Parijs-Roubaix moeten winnen. Of Fabian Cancellara. Maar Zwitsers lezen dit stuk vermoedelijk niet, dus zij zullen vast niet beledigd zijn door mijn keuze voor Mathew Hayman.

Het spijt me als u dat wel bent. Het komt vooral omdat ik zo hou van mooie verhalen. Het wielrennen staat er bol van. En de Australiër Hayman heeft er het nieuwste hoofdstuk aan toegevoegd.

De man die geheel tegen de verwachtingen in Tommeke klopte in de sprint, op de wielerbaan van Roubaix. De man die de Hel al vijftien keer fietste. Die droomde van deze race. Met een kassei onder zijn kussen. Die, wat er ook gebeurde, altijd wilde finishen. De man die vijf weken vóór het startschot in Compiegne nog in de lappenmand lag, met een gebroken elleboog. Uren en uren trainde hij op de roller, vaak zelfs twee keer per dag. Hoe graag moet je dan wel niet willen koersen, als je jezelf dat op je 37-jarige leeftijd nog aandoet.

In een backstage filmpje van zijn ploeg Orica Greenedge hoorde ik Hayman voor de koers tegen de jongste bediende van het team zeggen dat je in Parijs-Roubaix nooit moet opgeven. Dat alles mogelijk is in die koers. Dat je vanuit geslagen positie terug kunt komen, tegen alle verwachtingen in, door valpartijen of pech van de mannen voor je. Blijven fietsen, was zijn mantra. Blijven rijden.

Zelf had hij al lang besloten dat hij in de vroege vlucht wilde zitten. Zo had hij al eens eerder een mooie uitslag gereden, en als hij een kans wilde maken, moest hij het zo aanpakken. Om dan ook daadwerkelijk in die kopgroep te zitten, is bepaald niet eenvoudig. Zeker niet als je kijkt naar de oorlog die uitbrak toen het startschot gegeven was: het leek wel of iedereen in die vroege vlucht wilde zitten.

Om me heen hoorde ik mensen zijn naam uitspreken. Hayman. Wie is dat. Hij houdt het wel lang vol. Kan hij sprinten? Ik wist het zelf ook niet. Zelfs hij wist het niet. Niemand in die kopgroep eigenlijk, want van de vijf overgebleven renners voorop probeerde iedereen er – tevergeefs – vandoor te gaan.

Na de finish wandelde ik naar het middenterrein. De muziek van de huldiging speelde nog en Hayman had net zijn excuses aan Tom Boonen aangeboden voor zijn overwinning, toen zijn vrouw en zoontje kwamen aanrennen. Mathew, riepen ze, Mathew! Vlak voor mijn neus vielen ze elkaar in de armen. Zo intens, zo door het dolle, dat ik maar bleef slikken, maar de traan over mijn wang niet tegenhield.

De volgende ochtend, op weg naar Nederland, luisterde ik naar Studio Brussel. Mathew Hayman aan de telefoon. In vloeiend Vlaams vertelde hij dat voor hem weer een gewone maandag begonnen was. Hij bracht zijn zoon naar zwemles. Want het leven ging door.

Eerlijk is eerlijk: een vijfde overwinning van Tom Boonen was ook een prachtig verhaal geweest. Een laatste zege van Fabian Cancellara had zijn geschiedenis zonder meer nog completer gemaakt. Van een overwinning van een van die twee had ik minstens net zo gesmuld. Maar hun verhalen ken ik al. Hun overwinningen zijn niks nieuws.

Ik zag een fragment van een interview met Hayman op twitter. Daarin verhaalde hij over zijn innige relatie met de klassiekers. Hoe hij zichzelf ‘s nachts winnend over de streep zag komen. Als twee concurrenten in de kopgroep waarin hij per ongeluk terecht was gekomen vielen, en de derde lek reed, voegde hij er grappend aan toe – want anders zou hij nooit zegevierend de meet passeren, natuurlijk. Hij besloot die overpeinzing met de verzuchting: “Zo ben je dan aan het fantaseren. Ha, en voor je het weet is het vierentwintig uur later en is het weer niet gelukt.” Met een rode stift had iemand de laatste drie woorden doorgekrast, en er een paar nieuwe onder geschreven, zodat er stond: “Ha, en voor je het weet is het vierentwintig uur later… en is het wel gelukt.”

Wat het is dat dit zo mooi maakt? Het is het onvoorstelbare dat werkelijkheid wordt, de droom die uitkomt. Het is de bevestiging dat alles waarvan je dacht dat het niet mogelijk was, tóch kan. Het is hoop, het is pure vreugde, het is de superdag die ieder mens meer dan gegund is.

En Mathew Hayman? Hij leefde nog lang en gelukkig.

Verschenen in cycling.be, mei 2016

Sorry, comments for this entry are closed at this time.

Tags: