De koning en de Giro

Ch2bLPdUoAAFRlx.jpg_largeAls bobo bij de Nederlandse wielrenunie kan het dus zomaar zijn dat je bij de start van de Giro ineens oog in oog staat met de koning. En een gesprekje met hem moet voeren.

Waar dat gesprek zoal over ging? Over wielrennen natuurlijk. En over hoe populair dat tegenwoordig is. Vooral ook onder vrouwen voegde ik – uiteraard – toe.

Ik had onze koning nooit eerder ontmoet en luisterde gefascineerd hoe hij het gesprek losjes leidde. Terwijl ik het niet eens doorhad, zag hij wél dat er plots een camera op ons gericht was. Hij zwaaide, lachte en pikte daarna het gesprek net zo makkelijk weer op.

Hij was al even bij de bus van Giant-Alpecin geweest. Daar had hij Tom Dumoulin nog succes gewenst. Zometeen mocht hij in de volgauto. Ik zag voor me hoe onze koning zich in de Mini zou proppen, die bij deze ploeg achter de renners aan scheurt.

Ineens stak de koning zijn hand weer in de lucht. Blijkbaar had de omroeper hem genoemd, wat ik natuurlijk had gemist. Ongelooflijk. Ogen en oren aan alle kanten; daar kan zelfs de beste multitasker nog een puntje aan zuigen.

De koning verplaatste zich naar een ander tafeltje en begon daar een nieuw geanimeerd gesprek. Daarna betrad hij het startpodium; een reus in pak vergeleken bij de iele renners die klaarstonden om te starten.

Wat een leven heeft die man, dacht ik. De hele dag beleefdheidsgesprekjes voeren, zwaaien en glimlachen. En de volgende dag weer. En weer.

Wat moet het dan heerlijk zijn om jezelf op te vouwen in zo’n Mini en achter de man die de roze trui gaat pakken aan te racen. Om daarna te constateren dat hij je geen hand wil geven, want uitfietsen en de laatste finishes volgen, is belangrijker.

De koning knikte: “Maak jij je werk eerst maar af, Tom.” En hij stapte achteruit. Even niet de persoon waar iedereen voor knipmest, even niet het centrum van de wereld. Ik vond dat mooi.

En de koning zeker weten ook.

Verschenen in De Stentor, 7 mei 2016

Sorry, comments for this entry are closed at this time.

Tags: