Dag 36 || Mooier dan je denkt

12241637_1047426451996853_888257772589518730_nSinds ik weer kan lopen beleef ik dingen.

Zo wandelde ik vorige week door de stad. Het was bijna middernacht. Op een verlaten kruispunt stond een man. Hij keek zoekend rond, tot hij mij zag. Snel stak hij over, in gebrekkig Engels vroeg hij de weg naar Nieuwleusen. Op een papiertje had hij een adres.

Ik pakte mijn iPhone en liet hem op google maps zien hoe ver het nog was, ruim vijftien kilometer, die kant op. Hij had geen fiets of auto. Maar voor ik had kunnen vragen hoe hij dacht het te vinden, midden in de nacht, zonder navigatie, had de man mijn handen gepakt om me met een buiginkje te bedanken. En weg was hij.

Ik liep ook door. Aarzelde. Keek achterom. Een vluchteling, op zoek naar zijn familie…? Ik zette nog een paar passen en belde toen Frank, die ik vrijwel niks hoefde uit te leggen. Een paar minuten later zaten we in de auto en binnen de kortste keren zagen we de man lopen. In de auto vertelde hij dat hij uit Roemenië kwam en met de trein naar Nederland gereisd was om een Opel Astra te kopen. In Nieuwleusen. Met een TomTom had hij het laatste deel van zijn route willen lopen, maar het ding was bijna meteen uit gegaan. Leeg.

Ze hebben daar nauwelijks tweedehands auto’s, alles wordt tot op de draad toe afgereden, vertelde Frank, die meer verstand heeft van de internationale autohandel dan ik. Vermoedelijk had de man voor een prikkie een afgekeurd brik gekocht. We zwegen, tot de Roemeen vertelde dat hij drie kinderen had. En dat hij erg lang onderweg was geweest. Hij was zo blij met de auto die hij morgen zou kopen. In Nieuwleusen trok hij een biljet van 20 euro – en moest bijna huilen toen we zeiden dat we dat echt niet wilden. Daarna liep hij dankbaar zwaaiend het stikdonkere garageterrein op.

Op de terugweg naar Zwolle vroegen we ons af of we hem niet onze bank hadden moeten aanbieden voor de nacht. Na enig beraad besloten we dat hij het buiten wel overleven zou – wie heeft er tenslotte niet eens een nacht op een station of vliegveld doorgebracht. Het was gelukkig niet koud. We vroegen ons af of we meer medelijden met een vluchteling zouden hebben gehad. Onze conclusie: nee. Als je zo’n reis achter de rug hebt, midden in de nacht in fakking Zwolle staat en je moet te voet naar Nieuwleusen, zonder navigatie, dan zit je gewoon in de shit.

In het ergste geval zou de man die we net afgezet hadden vannacht een auto stelen – en dan nog hadden we geen spijt van het ritje dat we hem aangeboden hadden, besloten we. Want als je de vijftig gepasseerd bent, drie kinderen hebt en nog zulke capriolen moet uithalen om aan een barrel van een auto te komen, dan verdien je niet meer dan een klein beetje hulp.

Ook deze week was ik aan de wandel, met een collectebus door Zwolle. Ik collecteerde voor mijn vriendin Tessa – voor het MS Fonds. Dat had ik nooit eerder gedaan. Ergens voelde ik schroom: bedelend langs de huizen. Er zouden vast veel mensen nee zeggen, al die collectes langs de deur steeds maar en wie kan z’n geld nu niet zelf goed gebruiken tegenwoordig. Deuren snel weer dicht en zo, en mensen die niet open durfden te doen omdat het al donker was – daar bereidde ik me op voor.

Maar bijna iedereen deed open. Glimlachte en gaf wat. Serieus: ik heb in die vier uurtjes zo vreselijk veel vriendelijke gezichten gezien. Het contact was kort, maar het was er. Contact tussen vreemden, die even iets minder vreemd werden omdat ze samen iets deelden: de zorg voor en om een ander. Een groet, een grapje. Steeds minder beschroomd vervolgde ik mijn weg.

Ik schrijf dit niet om eens eventjes te laten weten hoe zo’n goed mens ik ben, met m’n gecollecteer en getaxi voor verdwaalde Roemenen. Want ik ben geen goed mens. Ik scheid mijn groente- en fruitafval niet. Ik rij teveel in de auto en ben vaak agressief in het verkeer. Ik neem zonder dat het me echt iets schelen kan het vliegtuig. Ik snauw wel eens mensen af. En ik verzin smoesjes als ik in de winkelstraat aangesproken word door zo’n goededoelenmeisje, zodat ik snel verder kan.

Ik schrijf dit omdat er momenten zijn waarop ik het vertrouwen in de mensheid verlies. Als ik politici hoor roepen dat mensen die hun leven wagen op gammele bootjes omdat het gevaar thuis groter is dan het risico op verdrinken in de Middellandse Zee profiteurs zijn die een borstvergroting willen, criminelen die onze vrouwen verkrachten, terroristen.

Ik verlies het vertrouwen als ik op Facebook lees hoeveel mensen het hiermee eens zijn. Het zijn tegenwoordig niet alleen meer vreemden; zelfs mensen die ik ken denken er zo over, mensen die ik als aardig en sociaal heb leren kennen – en van wie ik niet begrijpen kan dat ze zo’n meedogenloze kant hebben. Ik bedoel: de basis is toch dat geen mens voor z’n lol vlucht. Hoe kun je dat nou niet zien?

Ik verlies het vertrouwen door kranten en opinieprogramma’s. Liefst laat ik ze links liggen, negeer ik het geroeptoeter waardoor het lijkt alsof er geen vriendelijkheid meer bestaat, alleen nog maar angst, wantrouwen en egoïsme. Maar ik lees en kijk wel, want ik wil weten wat er speelt in de wereld.

Ik schrijf dit omdat het in het echte leven godzijdank meevalt. Omdat je niet per se verkracht en beroofd hoeft te worden als je je ‘s avonds laat op straat laat aanspreken door een buitenlander. Ik schrijf dit omdat de meeste mensen aardig zijn. En redelijk. En behulpzaam. Soms ben ik wel eens bang dat ze niet meer bestaan. Maar de werkelijkheid is: de meeste mensen, die hoor en zie je gewoon niet op Facebook, in de media, of waar dan ook. Die doen er het zwijgen toe.

Al weken wandel ik door mijn wijk, die bekendstaat als de probleemwijk van Zwolle. Er wonen relatief veel buitenlanders en mensen met een laag inkomen. Ik loop in straten waar je beter niet komen kunt, zegt men. Maar juist in die straten heb ik het meeste contact. Met Antilliaanse mannen, zwaar gesluierde vrouwen, stuurs kijkende mensen met grote honden. Ze kijken me aan, glimlachen en groeten. Zij spreken stuk voor stuk het nare beeld dat de media uithoesten tegen, het beeld dat van lieverlee je wereldbeeld wordt.

Ik schrijf dit omdat ik nu weet hoe ik het sluimerende cynisme moet tegengaan: ik wandel mijn eigen stad in. Loop rond. En ontdek elke keer opnieuw dat de wereld mooier is en mensen leuker zijn dan ze je tegenwoordig laten denken. Echt. Wandelen, dat zouden meer mensen moeten doen.

» Arjan said (26 Nov, 2015) :

Mooi Marijn,

Dank je… helemaal eens! Als we inderdaad eens achter die buis of beeldscherm vandaan komen en ervaren hoe de wereld is in plaats van te luisteren en lezen over wat anderen er van vinden. En daarmee herinneringen creëren die het beschrijven waard zijn! En dan bedoel ik niet op Facebook, maar op een verjaardag (zonder beeldschermpjes) of in de kroeg met vrienden.

Dank je voor je bespiegelingen…


Post a Comment

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.

Tags: