Asociale wielrenners

14310381_770427013060791_5586118123406646740_oWielrenners. Zij zijn het meest asociale volk dat op de wereld rondloopt. Of fietst, eigenlijk. In Nederland is het na een schijnbaar opzettelijke aanrijding van een clubje toerfietsers door een busje weer hot topic. Wielrenners, niet één uitgezonderd, doen alsof de weg van hen is. Rijden in veel te grote groepen veel te breeduit. Schelden en snijden schoolkinderen af. Brengen bejaarden ten val. Brullen als ze er langs willen, hebben geen geduld, nemen voorrang, kortom: lappen alles wat met fatsoen te maken heeft aan hun laars.

Stomverbaasd was ik toen ik allemaal van dit soort reacties las op het nieuwsbericht over de opzettelijke aanrijding. Naïef misschien, maar ik had op z’n minst een beetje medeleven verwacht. Medeleven met de mannen die tegen de grond smakten, en afkeer van de wanstaltige actie van de chauffeur van het busje. Maar ik vergiste me. Of beter: ik had de haat van mensen zonder racefiets tegen mensen met racefiets nog lang niet zwaar genoeg ingeschat.

Natuurlijk, die haat is mij niet onbekend. Ik heb er bijna dagelijks mee te maken. Onlangs nog: voor vrouwenfietsplatform Strongher begeleidde ik een groep van zo’n twintig vrouwen die mee deden aan een toertocht. We moesten de provinciale weg oversteken, en om dat zo veilig mogelijk te laten verlopen stapte ik het asfalt op om eventuele auto’s met een handgebaar te verzoeken even te stoppen. De eerste auto die op me af kwam, was een blauwe Audi. Ik zwaaide, maar de bestuurder minderde geen vaart. Achter me waren vrouwen aan het oversteken, ik keek snel van hen naar de naderende auto, die inmiddels het groot licht had aangedaan. Net op tijd sprong ik opzij, ik kon mijn fiets nog wegtrekken – en daar raasde de Audi voorbij.

De volgende auto naderde inmiddels. Een beetje perplex deed ik weer een stap naar voren, de straat op, en zwaaide. De automobilist duwde hard op zijn toeter, gaf extra gas, stak zijn middelvinger op en opnieuw moest ik springen om niet aangereden te worden. Bedremmeld stond ik in de berm. Natuurlijk, wij hadden geen voorrang op de provinciale weg. Maar als je er netjes om vraagt, op een rustige zondagochtend, ten behoeve van de veiligheid van twintig vrouwen… Waar komt dan toch die aan waanzin grenzende agressie vandaan?

Van dezelfde plek als de agressie van de bestuurder van het busje, vermoedelijk. Die ging nog een stap verder en reed de fietsers doodleuk écht aan. Alsof het dingen waren, in plaats van mensen, daar op die weg.

Kijk, ik begrijp de afkeer van fietsers met een krom stuur best. Er rijden nogal wat asociale groepen rond, die zich inderdaad schuldig maken aan het hierboven beschreven gedrag. Ik erger me daar ook wild aan. Ik bedoel: wil je koersen, ga dan koersen. Doe je dat niet, gedraag je dan. Het imago van fietsers stemt mij inmiddels zo verdrietig, dat ik zelf een rondrijdend charmeoffensief ben geworden. Ik groet iedereen zo vriendelijk mogelijk, sur-place net zo lang achter bejaarden/moeders met kinderen/scholieren met mobiele telefoons als nodig is en bedank bij voorzichtig passeren altijd omstandig.

Ik ben ervan overtuigd dat ik niet de enige ben die het zo doet. Dat de meeste wielrenners netjes zijn. En dat het maar een klein groepje is dat ons zo’n slechte naam geeft. Ik weet zeker dat er minstens zoveel asociale automobilisten rondrijden – zie de twee auto’s die ik op de bewuste zondagochtend tegenkwam. Stiekem hoop ik dat zo’n man een paar honderd meter verderop denkt: “Deed ik dat nou echt, net?” – en zich dan schaamt. Net zoals ik stiekem hoop dat de groepjes asociale fietsers als ze eenmaal uitgeraasd zijn ook denken: potver, dat deden we echt niet netjes. Moet dat eigenlijk wel, zo?

Maar ik vraag het me af. Want er verandert niets, sterker: de agressie neemt alleen maar toe. Hoe is dat tij toch te keren? Uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde doel: ons vermaken op de weg. Dat Nederland en België te vol zijn en de wegen te druk vind ik een slecht argument. We wíllen gewoon niet meer delen. Terwijl, probeer het eens. Vergeet je gemiddelde snelheid. Rem als je iemand achterop komt, lach en groet. Wedden dat er een lach en een groet terugkomen? En let maar eens op met wat voor lekker gevoel je verder fietst. Veel lekkerder dan wanneer je je hebt geërgerd aan moeten remmen, omdat die *** slome niet aan de kant wilde.

Ik denk echt dat het werkt. Langzaam, misschien. Als een stroperige olievlek. Maar het werkt: niet wijzen met het vingertje, naar die andere weggebruikers. Nee, hand in eigen boezem. Verbeter het weggebruik, begin bij jezelf.

Verschenen in cycling.be, oktober 2016

Sorry, comments for this entry are closed at this time.

Tags: