De ambulance

“Je kunt hier een beetje duizelig van worden, Marijn”, zei de ambulancebroeder, terwijl hij een morfine-achtige pijnstiller in mijn arm spoot. Whooooaaaaa. De wereld draaide. Ik kon niet stoppen met rillen. De Rode Kruis-mevrouw streelde m’n haar. Ik werd uit de Eerste Hulp-bus gereden, naar de ambulance. Ik zweef.

Het gezicht van ploeggenoot L. dook op. Ze was ook gevallen en had last van haar hoofd. Nee, ze wilde niet mee naar het ziekenhuis, hoorde ik haar zeggen. “Veel te veel gedoe.” Toen zag ze mij. Haar ogen werden groot van schrik. Dat kon ik me voorstellen, want ik voelde me nogal spacy, met van die draaiende ogen. Zo zou ik er ook wel uitzien. Op dat moment wist ik nog niet eens dat ik een mooi schaafwondje op m’n kin had – altijd goed voor een extra dramatische aanblik. Ik wilde L. gerust stellen, maar had even weinig woorden paraat.

Die kwamen pas toen we al lang en breed onderweg waren naar ‘t ziekenhuis in Hoorn. Ik wist nog precies wat er gebeurd was. Op de Kwelweg bij Medemblik trilde bij iemand de bidon uit de houder. Ik zag het ding op de klinkers stuiteren. Het meisje voor me schrok zo, dat ze de bidon niet ontweek, maar er pardoes over uitgleed. Ik kon geen kant meer op en werd gelanceerd over de vallende fietser. Een fraaie buikschuiver.

Onze ploegleiderswagen stond meteen naast me. Verzorger R. gaf een beuk op m’n stuur, om ‘m recht te buigen. Dat lukte een beetje. “Gaan, meid!”, riep R., terwijl hij me op weg duwde. Oei. Dat deed pijn allemaal. M’n elleboog bloedde, m’n knie werd dik. Door, bewegen. Dan viel de zwelling misschien mee. Maar bij het Gemaal van Lely ging het echt niet meer.

Niks gebroken, gelukkig. Wel een gat in m’n elleboog (geplakt), een joekel van ‘n knie (drukverband), handschoentjes aan flarden (gelukkig droeg ik die!), een tand door de lip (zwelling is al weer geslonken), een ei op m’n dij en ettelijke blauwe plekken en schaafwonden, van scheenbeen tot kin (ik zie er fraai uit).

De arts-assistent liet aan duidelijkheid niets te wensen over: krukken halen, deze week been omhoog en dan voor controle naar ‘t ziekenhuis. Ik duim dat het meevalt. Dat ik over een week weer fietsen mag. En dat ik niet teveel wedstrijden mis.

Geluk bij een ongeluk: er stond juist een rustweek op ‘t programma. Maar zo letterlijk had dat voor mij nu ook weer niet gehoeven.


Post a Comment

Spam Protection by WP-SpamFree