Nieuwe helden

1959255_680387148673538_4798857744178926147_nIk mocht naar de première van de film Nieuwe Helden, een documentaire over mijn negen ploeggenoten van – toen nog – Argos-Shimano die vorig jaar de Tour de France reden.

Marcel Kittel heeft natuurlijk de hoofdrol. De prachtige en ook nog eens zeer sympathieke Adonis die haast vanuit het niets vier Touretappes wint; dat is een droomscenario voor een filmmaker. Tom Veelers speelt de tweede hoofdrol. Ruw tegen het asfalt gebeukt door Mark Cavendish zit hij beurs geschaafd op de fiets en komt hij iedere dag met meer moeite over de meet – tot hij af moet stappen en de Tour moet verlaten. Diep verdriet tegenover eclatant succes.

Maar de mooiste rol is die van John Degenkolb. Vind ik.

Nu is John sowieso mijn favoriete mannelijke ploeggenoot. Niet in het minst omdat hij altijd een klein koffieapparaatje meeneemt op trainingskamp en niet te beroerd is mij regelmatig voor een bakkie uit te nodigen. Tijdens de gesprekken die we bij de koffie voeren, valt me keer op keer op hoe intelligent en levenswijs deze 25-jarige Duitser eigenlijk is. Hij staat bekend als lolbroek, lacht altijd, maar daarachter gaat een welhaast filosofisch karakter schuil. En juist dat heeft filmmaker Dirk Jan Roeleven er prachtig uit gekregen in zijn documentaire.

“Als ik tegen Marcel sprint, maak ik geen schijn van kans. Het is gewoon talent. Hij mag de lieve God wel bedanken dat hij dat gekregen heeft. Als ik tegen hem sprint is het net alsof hij een groot vliegwiel heeft.” John is niet bitter, zijn ogen glimmen van pret en trots op zijn ploeggenoot. “In de eerste meters heb ik misschien nog een kleine kans, maar als we dan op snelheid komen en het vliegwiel draait, dan heb ik geen schijn van kans meer.” Toch probeert John het sprint op sprint weer, tijdens de voorbereidende Tourtrainingen – en vloekt hij keer op keer hartgrondig maar schaterlachend als Marcel hem met gemak verslaat.

Het is een spel. En John is gek op het spel. Het spat er vanaf. Tenzij het over doping gaat. Dan trekt er een schaduw over zijn gezicht.

“Als idool moet je volgens mij verantwoordelijkheid tonen. Toen ik jong was, waren er renners van wie ik de namen met ontzag uitsprak: Jan Ulrich, Erik Zabel. Als je dan jaren later teleurgesteld wordt door zulke mensen, dan doet dat heel veel pijn. Zo heb ik dat zelf ervaren. Ik ben schoon en ik rij een schone koers. En ik win schoon. Het probleem is dat ik nu precies hetzelfde zeg als die mannen tien jaar geleden deden. Hoe kan ik dan van mensen verwachten dat ze mij geloven? Dat vreet dagelijks aan me.”

Als ik naar hem kijk, zie ik een man die niets liever doet dan fietsen. Het is zijn werk. Maar als je elke ochtend voor het ontbijt een uur op de roller gaat zitten, dan moet fietsen ook wel je grote liefde zijn. In elke training stort hij zich vol overgave. Passie. Ik geloof hem, op zijn blauwe ogen, die alleen maar plezier uitstralen. En ook een beetje sadisme, als het moet.

“Van tevoren weet je dat de Tour heel veel pijn gaat doen. Maar toch verheug je je erop en iedereen wil meedoen. Om de anderen pijn te doen. We zijn eigenlijk een soort huursoldaten zoals in het Vreemdelingenlegioen. Ik word betaald om mensen pijn te doen.” Het is een constatering die hij met een soort verwondering uitspreekt. Alsof hij daar nu voor het eerst bij stilstaat. Wat zeker niet zo is – het is jongensachtig enthousiasme. Het is beseffen dat je iets heel bijzonders doet. Dat is niet voor elke renner weggelegd. Ik vind het heerlijk om te zien.

En wat John zelf van zijn filmrol vindt?

“Ik was alleen maar aan het schelden!”, herhaalde hij steeds maar na het zien van de film – een tikkeltje beschaamd. Toegegeven: schelden deed hij ook. In het Duits. Misschien stoorde het me daarom niet. Maar de slimste van het stel? John moest erom lachen. “Toen ik Cavendish pestte met zijn schoenen zeker?” Typisch John, hij maakte er meteen een grap van. Maar zijn vrouw stootte hem aan en knikte; ze was het met me eens.

Steek ‘m maar gewoon in je zak, John. Al geloof je het zelf niet, vrouwen zien dat soort dingen.

Verschenen in cycling.be, mei 2014

» René van Alfen said (6 jun, 2014) :

Heerlijke film! Hilarisch was ook de hectiek rond de finish van de eerste etappe, vanwege de bus van Orica Greenedge die vastzat onder de finishboog. Vooral de opmerking van John na afloop: “What the fuck, of course the finish is on the finish line.” Donderdag 3 juli op TV te zien.

» Robbert said (6 jun, 2014) :

Schitterende film inderdaad. Mooi inkijkje in de ploeg.


Post a Comment

Spam Protection by WP-SpamFree

Tags: