Veel bier, maar ook ‘droge & natte worstjes’

10177282_676535902391996_125104823544401642_nEen kerk. Frituur ‘t Hoekske. Café Century. Wat slordige huizen met rommelig land er omheen. En een rotonde. Dat is Kerkhove, een gehucht in Vlaanderen. Een boer ploegt zijn land in nette voren, het zand aan de ene kant van zijn tractor is een tint donkerder dan het zand aan de andere kant. Auto’s staan lukraak geparkeerd in de berm. Hier is wat te doen.

Voor het frietkot staan een partytent en dixie. Op de rotonde: dranghekken. Kinderen met koerspetjes op rennen rond. Een kleine jongen in een veel te wijde BMC-koersbroek heeft zich met beide handjes aan de spijlen van een dranghek vast gegrepen. Hij tuurt de weg af. Zijn knokkels worden wit. Dan pakt zijn moeder zijn hand. Komaan, het duurt nog lang voor de renners hier zijn. Het ventje huppelt naast haar voort, de broek slobbert om zijn beentjes.

De stemmen van Michel Wuyt en José de Cauwer schallen uit grote boxen, André Hazes zingt er uit een andere luidspreker doorheen dat dit de laatste keer is. In de tent staan mannen bier te drinken, en cola, uit kleine flesjes. Je kunt er ook wat bij eten als je wilt, “droge & natte worstjes”, voor 1 euro 70 per stuk.

“Ai ai, die val, gast! Zie dat dan toch, da is toch nie normaal. Ze vallen als vliegen.” Een kleine vrouw die veel te jong lijkt voor haar rollator, geeft haar eigen commentaar, duidelijk hoorbaar voor iedereen, maar bedoeld voor niemand in het bijzonder. Geen hond geeft dus ook antwoord als ze keer op keer herhaalt: “Hoe vaak passeren ze hier? Een keer? Twee keer? Hoe vaak?”

De mannen bestuderen uit de krant geknipte doorkomstschema’s. Ze hebben het met roze of gele stift aangestreept: tussen vijf over vier en tien voor vijf. Dan komen ze, de renners, door hun Kerkhove. Vanaf hier is het nog maar negen kilometer. Steeds rechtdoor, naar de meet in Oudenaarde. “Boonen wordt ‘t nie hoor, vandoage”, zegt de vrouw met de rollator. “Het wordt dien Ollander. Terpstra.” Ze kijkt om zich heen. “Of Degenkolb. Die doet giene trap teveel. Giene trap.” Niemand reageert.

Het wordt drukker. Het echtpaar dat normaal alleen het frietkot runt, tapt pint na pint zonder de blik van het scherm te halen. Aan de andere kant van de toog verdringen mensen zich om niets van de beelden te missen. Cancellara demarreert, Sep Vanmarcke volgt. Bier valt om, gejuich stijgt op. Het duo haakt aan bij Stijn Vandenbergh en Greg van Avermaet. Drie Vlamingen aan de leiding. Drie! Zo mooi is Vlaanderens Mooiste zelden. En o ja, die Zwitser. Maar die zullen ze seffens wel in het pak naaien, zeker.

Sirenes komen dichterbij, politiemotoren scheuren over de rotonde. Materiaalwagens, ploegleiderswagens, jurywagens. De voorbodes van de koers. Niemand verlaat de tent. Niemand wil een seconde missen. “Allez Stijn!” De kleine vrouw, inmiddels neergezegen op het zitje van haar rollator, gilt naar de tv – op het moment dat Vandenbergh op nog geen tien meter afstand over de rotonde van Kerkhove suist, zijn drie medekoplopers in het wiel.

“Komaan Vanmarcke, achter Cancellara, vent”, coacht een man met baard zijn favoriet met minder dan een kilometer te gaan. “Komaan, goedvrrrdoemde. Komaan dan toch, vent.” Hij vloekt opnieuw. “In dat wiel, vent! Daar! Jawadde, allez. Weeral Cancellara, vent. Weeral.” Berustend neemt hij een slok bier. Buiten is het land van de boer donker. De tractor is weg.

Verschenen in Trouw, 7 april 2014

» Roeland said (11 apr, 2014) :

Mooi stuk weer. Ik hoor vanzelf de stem van Wilfried de Jong. Hoe gaat het nu op de fiets?


Post a Comment

Spam Protection by WP-SpamFree

Tags: