Knaagdier

1044216_550836721628582_2065220150_nAls Maarten Tjalingii met zijn vegetariër zijn al een rariteit in het mannenpeloton is, dan zijn vrouwelijke wielrensters helemaal vreemde vogels. Sommige zelfs letterlijk. Zo heb ik een ploeggenoot die op enkel noten en zaden leeft. En op gedroogde vijgen. Dat moet ze zelf weten natuurlijk, maar het is wel irritant als ze alle nootjes en rozijnen uit de zakken muesli waar wij allemaal mee ontbijten heeft gezocht en er voor ons slechts muffe havervlokken overschieten. Of als ze – omdat op noten en zaden leven nu eenmaal saai is – de pot Nutella weer eens gepikt heeft en die leeg staat te lepelen als ze denkt dat niemand kijkt. Wil je een stuk stokbrood met choco besmeren, is de pot leeg.

Enfin. Met dat soort dingen leer je leven. Je gaat de voedingswaren waarvan je niet wilt dat je ploeggenoten ze in een onbewaakt moment opeten gewoon verstoppen. Zo had ik naar de laatste etappekoers van het seizoen een familiepot Speculoospasta meegenomen, omdat iets lekkers en ongezonds eten tijdens een etappekoers waar enkel snotterige Franse pasta geserveerd wordt nu eenmaal heel fijn is. Ik verstopte de pot goed tussen mijn persoonlijke bezittingen.

Maar nu heb ik naast het vogeltje ook een ploeggenoot dat net een knaagdier is. Zij eet geen vlees, maar voornamelijk noten en zaden, en fruit en sla. Wat haar tot knaagdier maakt, is dat ze continu bezig is met eten verzamelen en er ook over waakt als een hamster over zijn zorgvuldig verstopte nootjes. Deze ploeggenoot komt altijd met een enorme voorraad eten naar etappekoersen, verdeeld over tasjes die ze overal mee naartoe sleept en ‘s nachts onder haar bed bewaard. Is ergens bijna niks te eten, of is hetgeen we voorgeschoteld krijgen echt niet binnen te houden? Geen nood, zij heeft altijd haar eigen spullen bij zich. Ze kookt hele couscousmaaltijden voor ze vertrekt, vraagt in elk hotel naar de koelkast van de kok om haar muesli-yoghurtbrouwsels in te stallen en trekt na een etappe rustig een blikje tonijn open om haar eiwitvoorraad aan te vullen.

Ik heb er bewondering voor: deze ploeggenoot weet precies wat ze moet eten om alle voorraden in haar lichaam aan te vullen en dóet dat ook. Ik zit nog wel eens rammelend van de honger in de auto naar het hotel, mezelf vervloekend dat ik niks meegenomen heb. Dat zal haar nooit overkomen. Maar deze voedselverzamelwoede is ook verdomde irritant. Want als ze nu genoegen nam met de door haar meegebrachte voorraden. Maar nee. Zo gauw er ergens in een hotel iets van haar gading op tafel staat, of als de soigneurs inkopen voor ons hebben gedaan, neemt ze rustig de hele voorraad mee. Denk je dat er nog appels zijn, of bananen, zijn ze alweer allemaal verdwenen. Je kunt er donder op zeggen dat ze onder haar bed liggen.

Verstoppen van eten dat je echt niet aan je ploeggenoten kwijt wilt, is dus bepaald niet overdreven. Het ging lang goed met mijn pot Speculoospasta. Oké, mijn ploeggenoten hadden al snel ontdekt dat Speculoospasta enorm lekker is en aten rustig met me mee – vandaar ook die familiepot, ik ben voorbereid op dat soort dingen – maar de pot bleef van mij. Na elke maaltijd verstopte ik ‘m weer zorgvuldig tussen mijn koerstruitjes. Tot de dag dat ik dat vergat. En de pot op tafel liet staan. Tien minuten later ontdekte ik mijn fout. Weg was de pot, natuurlijk. Met een gevoel van naderend onheil liep ik naar de kamer van ons knaagdier. En ja hoor. Daar stond ze. Met een lepel. En mijn pot Speculoospasta.

Verschenen in Soigneur Magazine, januari 2014

» Giny Blees said (4 apr, 2014) :

Een geweldig verhaal!

» Pat.Rick said (5 apr, 2014) :

Wat een kutwijf zeg!


Post a Comment

Spam Protection by WP-SpamFree

Tags: