De asielzoeker en de walvis
Op een kale matras zit een vrouw. Ze staart naar de televisie. Ze ziet een heel grote vis die is aangespoeld op het strand. De mensen maken zich druk om de walvis, begrijpt ze met het beetje Nederlands dat ze kent. Ze had de taal van het land waar ze terecht was gekomen graag echt willen leren, maar dat mocht niet in het asielzoekerscentrum. Eerst een status, dan pas Nederlands leren. Gelukkig pikte ze hier en daar wat woordjes op en kan ze nu televisie kijken om de eenzaamheid te verdrijven.
Toen ze in het centrum zat, wilde ze niets liever dan daar weg. Ze verlangde naar huis, miste haar familie zo erg dat het pijn deed. Maar haar familie was er niet meer was. Vermoord door de milities, die haar verkrachtten en voor dood achter lieten. Ze sluit haar ogen om de afschuwelijke beelden die op haar netvlies verschijnen te verdrijven. De mist in haar hoofd trekt op, ze opent haar ogen en ze ziet de walvis weer. Hij ligt nog steeds op zijn plek in het ondiepe water. Er krioelen mensen omheen.
Nu ze al weken in de lege kamer op het matras zit, concludeert ze dat het asielzoekerscentrum zo erg nog niet was. Daar sprak ze tenminste nog eens iemand. Al ging elk gesprek over hetzelfde onderwerp: heb jij al bericht gehad? Weet jij het al? Mag je blijven? De spanning was vaak om te snijden. Mensen kregen snel ruzie, er werd vaak gevochten. Om drank, om een kledingstuk, om sigaretten of gewoon, om…
Foto: flickr
Marijn | 17 december 2012 |
English







Morgen maakt het allemaal niets meer uit toch?
Sorry, comments for this entry are closed at this time.